Mijn Märklinmodellen

Hieronder mijn collectie Märklinmodellen, waaronder ook enkele exemplaren van andere merken die voor Märklin geschikt zijn. En niet te vergeten mijn zelf gebouwde Dampftriebwagen Bauart «Bunnik».

Deze modellen doen afwisselend dienst op mijn Märklinbaan. Zie ook het thema over Märklin.



Omstreeks 1962 kreeg ik mijn eerste elektrische trein. Tenderloc 89 028 met een paar van de wagentjes die ik heb gebouwd van bouwpakketten. Die kreeg ik voor mijn verjaardag of van Sinterklaas.


Een tenderlocje met tweeassers. Zo'n treintje reed op mijn eerste baan. Later heb ik het verkocht, maar in 1987 schafte ik het opnieuw aan. Officieel voor een van mijn dochters, maar in de praktijk liep dat anders.


Loc 81 004 heeft op afstand bedienbare koppelingen (Telex). De kraan en het platte wagentje heb ik zelf in elkaar gezet. Dit treintje bezit ik sinds omstreeks 1966.


Loc NS 1101, gekocht omstreeks 1965. Aan de haak een goederenwagen met sluitlichten, die ik van mijn grootvader cadeau heb gekregen. Een andere e-loc was van mijn broer Leo. Dat was de Duitse E63 02. Die heb ik jaren later opnieuw gekocht; zie verderop.


Op een modelbeurs in Houten kocht ik op 1 mei 2010 het Märklin-model van koninklijk rijtuig Sr10. Doet het goed achter mijn klassieke 1101, al hebben die twee elkaar in het echt nooit op deze manier ontmoet. Als begeleidingsrijtuig dient een DSB-model van Lima, dat ik net als de locomotief al sinds omstreeks 1965 bezit.


Ik word niet rijk van mijn hobby, althans niet in materiële zin, maar af en toe komt er wel een aardig cadeautje mijn kant op. Zo kreeg ik in juli 2010 twee modelrijtuigen Plan W, in ruil voor de oude foto's die ik beschikbaar had gesteld. Ze zijn gebouwd door LS Models, in diverse uitvoeringen. De modellen die ik kreeg zijn die van de oorspronkelijke uitvoering. Ze kleuren leuk bij mijn 1100 en het koninklijk rijtuig van Märklin, maar op mijn baan zullen ze nooit kunnen rijden: ze zijn perfect op schaal en passen daardoor niet door de scherpe bogen en al helemaal niet door de wisselstraten.


Loc 1202 van Märklin. Daar horen natuurlijk rijtuigen Plan E achter. Eind jaren 70 pendelde ik elke werkdag tussen Utrecht en Amsterdam. In de eerste klas, met een lekkere sigaar. 's Ochtends kocht ik bij een mannetje op het perron in Utrecht een beker koffie en een klef broodje kaas. Ik mis dit allemaal heel erg.


Märklin E63 02. In oktober 2010 gescoord op Eurospoor. Heel lang geleden reed dit model op mijn Märklinbaan, maar er waren voortdurend problemen met een nylon tandwieltje dat sleet, vandaar dat ik het locje uiteindelijk heb weggedaan. Maar nu heb ik er dus weer eentje. Vergelijk ook de E60 en de Zwitserse rangeerlocjes in Basel.


Nog een E63 02, maar nu uitgevoerd in het groen. Dit is een wat oudere versie, die behalve aan de kleur herkenbaar is aan de dubbele stroomafnemer. Het locje heeft ook een ander omschakelrelais, met vier in plaats van twee standen. De twee extra standen zijn neutraal: het locje blijft op zijn plaats, ook als er spanning op de baan staat. Om van rijrichting te veranderen moet je dus twee keer schakelen: double clutching! Tussen de twee locs een jubileumketelwagen van Märklin uit 2014.


Op mijn baan hangt geen bovenleiding en die komt er ook niet. Toch kan ik het niet laten om af en toe een e-loc in te zetten. Zoals loc 104 021, een sneltreinloc uit de jaren 30. De E04 heeft een merkwaardige asymetrische asindeling: 1'Co1', alsof de loc onderweg een as is kwijtgeraakt.


Loc DB 141 211. Een E41 met autotransportwagen.


Silberling-rijtuig met stuurstand, zoals gebruikt in trek-duwtreinen. Netjes voor een rood sein stoppen is er niet bij: de locomotief duwt door totdat die zelf op het stroomloze gedeelte staat.


Deze Märklin-klassieker mag natuurlijk niet ontbreken op mijn baan: de V200.


Twee locomotieven Baureihe 216 (V160). Ik heb hier een dubbellocomotief van gemaakt, dus met één stroomafnemer en een gezamenlijk omschakelrelais. Een eenvoudig soldeerklusje. Tussen de twee locs zitten drie 'stuurstroomkabels'.


Märklin-uitvoering van de Nederlands/Zwitserse TEE.


Märklin-uitvoering van de Baureihe 23.


Märklin-uitvoering van de Baureihe 50.


Mijn Amerikaanse trein van Märklin, getrokken door een dubbelloc van General Motors. Dit is de stamvader van de Bolle Neuzen. Achteraan rijdt een conducteurswagen. Amerikanen noemen dit een caboose, een woord dat verwant is met het Nederlandse kombuis. In de trein rijden verder enkele Duitse wagens mee.


Driedelige Amerikaanse dieselloc van Märklin. Het is eigenlijk een goederenloc, maar een rijtje zilveren Duitse rijtuigen kan ook. Er bestonden A units (met cabine) en B units (zonder cabine). Deze laatste worden ook wel booster genoemd.


Loc 204.008, een Bolle Neus van de NMBS.


Märklin-model van rangeerloc 260 417 (V60). Telexkoppeling, net als de stoomloc (BR 81) in de achtergrond.


Märklin-model Baureihe 01.


Loc 41 334 met "grote oren". Veel locs kregen later Windleitblechen van Witte. In opzending rijdt een locje van de Baureihe 89 mee. Daar heb ik er een paar van. Deze reed niet lekker meer, dus daar heb ik de motor uitgehaald. Ze fungeert nu als remloc in treinen die me te snel gaan.


Märklin-model Baureihe 44.


Een lange goederentrein met twee locs Baureihe 44. De achterste loc was een beetje een miskoop: ze reed en schakelde niet lekker. Een van de wielen bleek los te zitten. De firma Keuterman wilde hier niet aan beginnen: zo'n wiel krijg je niet meer vast lieten ze me weten. Ik heb het dus zelf vastgezet met secondenlijm. Daarna heb ik de motor uit de loc gehaald en een nieuwe oude Märklin-loc gekocht (goedkoper dan een revisie). En nu heb ik er dus twee, waarvan de voorste trekt. Die moet echt z'n best doen om de zware tweede loc en de lange trein op gang te krijgen, maar het rijdt heel mooi. Bijna de echte Langer Heinrich!


Loc 53 0001. Deze door Borsig in 1943 ontworpen Mallet is als gevolg van de oorlogsomstandigheden nooit gebouwd. Märklin bracht de loc echter wel als model uit. Ze heeft geen problemen met de wisselstraten op mijn baan.


Märklin-model van loc 74 701, een Pruisische T12.


Württembergischer Zug. Door Märklin in 1984 uitgegeven in verband met het 125-jarig jubileum. De loc is een Württembergische T5 (later Baureihe 75).


Loc 038 772 met twee drieassige Umbauwagen.


Artitec heeft in 2012 een fraai gedetailleerde "kleine" Stalen D uitgebracht. Dit is de D6312 in groene uitvoering. Een bijpassende trein heb ik niet op mijn nogal Duits angehauchte Märklinbaan, maar het rijtuig doet het aardig achter mijn P8 met Umbauwagen. Het model kreeg ik vanwege mijn bescheiden medewerking aan het ontwerpproces; ik laat me graag in natura betalen.


Märklin P8 met Wannentender en Kakadu. Nogal wat locs van de Baureihe 38 hebben na de oorlog met zo'n badkuiptender rondgereden, afkomstig van Kriegslokomotiven. Het voordeel van deze tenders is dat ze stabieler zijn, zodat de loc sneller achteruit kan rijden dan met de oorspronkelijke tender. De Kakadu is zo genoemd omdat het rijtuig twee kleuren heeft: blauw voor de eerste klas, rood voor het restaurantgedeelte. De kaketoe is een papegaaiensoort met een kuif in een andere kleur dan het lichaam. De SSN bezit ook zo'n "Halbspeise­wagen". Op de zwart-witfoto een P8 in actie in Eutingen, 1971.


Märklin-model van loc 24 058. Uitvoering met de oorspronkelijke grote windleiplaten.


Loc 212 215 (een DB V100) met een keteltrein.


Loc 280 003 (een DB V80) met een Personenzug.


Loc 012 081, een oliestoker zoals die ooit in actie kwam op de Emslandstrecke.


Loc 18 478, Märklinmodel van een roemruchte sneltreinloc. Na de oorlog kregen 30 locs bij de DB een nieuwe ketel en een nieuw machinistenhuis. Deze locs werden genummerd in de Baureihe 186.


Het korte biertreintje is geen partij voor de stoere 78 355. De wagentjes zijn van Fleischmann; van het Grolsch-wagentje heb ik een koppeling vervangen door een Märklinkoppeling.


Loc 064 355, Baureihe 64. Een model van Fleischmann, geschikt voor Märklin. Alleen niet geschikt voor de ruige wisselstroom op mijn ouderwetse analoge baan. Deze foto's heb ik gemaakt vlak voordat ik het locje ter reparatie naar iemand opstuurde. Helaas heeft dat niet lang geholpen: ze gaf korte tijd later opnieuw de geest. Ik wilde er geen geld meer aan besteden, dus ik heb een tandwiel losgehaald zodat de loc met weinig weerstand meegesleept kan worden door een andere loc. Dubbeltractie waarbij de achterste loc dus voor de sier meerijdt.

Update september 2017. Ik kocht deze loc eind 2013 tweedehands bij Marnan. Ze heeft enige jaren als dummy dienst­gedaan, totdat ik besloot om maar eens de soldeerbout ter hand te nemen. Ik heb er een rijrichting­omschakelaar van Uhlenbrock (FRU 55500) ingezet en nu rijdt de loc probleemloos op eigen kracht over mijn baan.

De montage is eenvoudig genoeg. Het ingewikkeldste is het monteren van een sleepcontact, maar dat had mijn loc al. Aan het printplaatje zitten vier draden. De twee rode draden gaan naar de gelijkstroommotor, een zwarte draad gaat naar het sleepcontact, een andere zwarte draad gaat naar de massa (die moet dus via de wielen contact maken met de rails). In de hand­leiding van Uhlenbrock staat hoe je lampjes aansluit als je loc die heeft.

Voordat je hieraan begint moet je controleren of de twee contacten van de motor allebei elektrisch gescheiden zijn van de massa. Bij oude Fleisch­mann-locs is dat niet altijd het geval en dan gaat het printplaatje kapot. Dat is een dure grap voor een dingetje waarop niet veel meer zit dan een gelijkrichter en een minirelais (30 euro anno 2017).


Loc 54 1556, een Beierse G 3/4H. Een model van Trix, geschikt voor Märklin. Voor weinig geld gekocht in januari 2014. De loc doet het prima op mijn vintage M-rails.


Loc 86 173, Baureihe 86. Fraaie machines die ik nog in actie heb gezien in Nürnberg en omgeving.


Märklin-modellen van een ICE en een TGV (met een verkeerd rijtuig). Rijden op batterijen en worden bediend met een infrarood afstandsbediening. Deze treinen trekken zich dus niets van de beveiliging.


Bunnik, 25 januari 2009. De Heimwee Express van het Spoorwegmuseum rijdt door mijn tuin. We zien de Blauwe Engel voorbijbrommen, met op de voorgrond een Duitse railbus van Märklin. De twee treinen stammen beide uit de jaren vijftig en hadden hetzelfde doel: de dienst op lokale spoorlijnen overnemen van de dure stoom­locomotief. In Duitsland sprak men over de railbus dan ook als Retter der Nebenbahnen. Het model van de railbus heb ik in 2008 op een beurs gekocht.


Bunnik, 8 april 2012. Lima-model van de VT 12.6 (Märklin-versie). In de achtergrond treinstel 114 als Heimwee Express.
(live gefotografeerd, geen fotobewerking)


De Zwitserse Rode Pijl. Hoort eigenlijk niet op mijn bovenleidingloze Duitse baan, maar ik vind dit zo'n mooi treintje. Dat heeft overigens wel een hekel aan de krappe bogen en wissels uit het M-assortiment.


Een aardig koopje op Eurospoor 2013 was dit model van een Berlijns metrotreinstel, door Märklin uitgebracht onder de merknaam Primex. Dit is Baureihe 275 van de Berliner Verkehsbetriebe (BVG). Het exemplaar dat ik kocht bestond uit drie rijtuigen; om tot de juiste lengte te komen heb ik daarna nog een tussenrijtuig weten te bemachtigen. Märklinnummer 3017, tussenrijtuigen nummer 4019.


Akku-Triebwagen, Baureihe 515, bijwagen 518.


Eigenlijk horen deze treintjes op van die ouderwetse Märklinrails te staan, met doorlopende middenrail in plaats van puntcontacten. Het zijn twee in 1985 uitgebrachte H0-modellen ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van deze schaal (in 1935 werd schaal 00, later aangeduid als H0, gepresenteerd door zowel Trix als Märklin). Ze reminisceren aan de modellen uit de oertijd, zonder dat je de daarbij behorende hoofdprijs betaalt. Op internetfora wordt ervoor gewaarschuwd dat de motortjes nogal snel slijten. Het zijn meer vitrinemodellen dus. Ik vind ze leuk.


Trein uit een startset die ooit via het Kruidvat werd verkocht. Het locje (met NS-nummer 6505) heeft een knipperlicht op het dak. De eerste drie wagentjes horen bij de Kruidvat-trein, daarachter hangt een wagentje dat ooit door het blad Railhobby cadeau werd gedaan aan nieuwe abonnees.


Gekocht op Eurospoor in 2016. Loc 2275 van Roco, geschikt voor Märklin.


Loc 2416 van Holland Rail, geschikt voor Märklin. In de doos zaten allerlei losse onderdeeltjes, maar die moet ik er nog een keer opzetten.


Loc 263 102, een vroegere Wehrmachtloc Baureihe V36.


Industrielocje, het allereenvoudigste model van Märklin. Het heeft niet eens een schakelrelais; de rijrichting kun je alleen veranderen met een pookje aan de loc zelf. Gelukkig heb ik een draaischijf! Achter de loc hangt een railgumwagentje.


Een vertegenwoordiger van Baureihe 80, geflankeerd door twee andere drieassers. Het locje rechts is een van mijn 89'ers. Die reed niet meer goed dus daar heb ik de motor uitgehaald; ze mag weleens meerijden in een trein. De koplampen doen het nog wel. De draaischijf heeft aan deze kant twee aansluitingen, maar het is eenvoudig om hier een derde spoor te monteren.


Loc 3090 van de KLVM. Een fantasiemodel van Märklin, gebaseerd op locjes die vroeger veel bij Länderbahnen werden gebruikt. Achter de loc een zelf samengestelde Brake Van: een Engelse conducteurswagen. De bovenkant komt van een bouwpakket dat ik rond 1970 in elkaar heb gezet. De onderkant is het restant van een Märklinwagentje dat ik heb gebruikt om mijn Dampftriebwagen van te maken (zie hieronder).


In maart 2016 gescoord bij de Modelbouw Vereniging Hilversum: ÖBB-loc 98.117. Geschikt voor Märklin, maar het model kende ik niet. En dat klopt: het is een omgebouwd model van Kleinbahn, bleek uit de research die ik thuis verrichtte. Kleinbahn is een fabrikant die gespecialiseerd is in Oostenrijkse modellen (in dit geval: kkStB 9933). Let op de grote vonkenvanger en op de dubbele stoomdom. Het veewagentje kocht ik eveneens voor weinig geld. Net als de loc leuk gepimpt, met vee dat op weg is naar zijn laatste bestemming.


Dampftriebwagen Bauart «Bunnik»

Bunnik, 4 mei 2014. Het eenvoudigste stoomlocje van Märklin is een industrielocje, catalogusnummer 3029. Daar bestaat een nog eenvoudiger versie van met maar twee assen. Die zat in een doos met Märklinspullen die ik ooit kocht. Er zat ook een roestig wagentje bij, catalogusnummer 4040. Je haalt de kap van het locje en je peutert het wagentje uit elkaar. Met wat buigen en knippen past dat precies in elkaar. Schoorsteen erop geplakt, wat zwarte verf. En daar is hij dan: de Dampftriebwagen Bauart «Bunnik». Rijdt uitstekend en past met zijn twee bijwagens nog net op de draaischijf. Naar een idee van Mario Gessner (zijn website is verdwenen).


Op Eurospoor kocht ik in oktober 2015 een leuk railbusje: Primex 3018 met bijwagen 4022. Ik dacht dat ik aardig bekend was met het assortiment van Märklin, maar deze kende ik nog niet. Ook de bekende handelaar waar ik dit setje kocht had niet meteen in de gaten dat hij zowel motorwagens als bijwagens in zijn stal had liggen. Het combineert mooi met mijn Dampftriebwagen. Ze rijden net zo hard.


Een loc van de Baureihe 89. Special Limited Gold Edition van Märklin.


Bierwagens van Fleischmann. Die van Stuttgarter Hofbraü lijkt wel echt. Die van Grolsch, Amstel en Heineken zijn fantasiemodellen. Het wagentje van Grolsch fungeert op mijn baan als koppelwagen: dat heb ik aan één kant voorzien van een Märklin-koppeling.



Zie ook:





vorige       start       omhoog