Mijn computers

Deze site gaat over treinen, maar dit thema gaat over computers. Dat heeft lang niet altijd met treinen te maken, maar ik doe wel meer dingen die niets met treinen te maken hebben.

Deze chronologie is voor het laatst bijgewerkt in juli 2017.



Commodore 4032 uit 1981

CBM 4032. Gekocht op 23 juni 1981. Prijs 4189 gulden, plus 325 gulden voor de cassetterecorder. Floppydrive CBM 2031, in 1982 gekocht voor 3550 gulden. De 5.25" floppy's kostten 10 gulden per stuk. Niet op de foto staat printer CBM 4022P.


Mijn eerste computer kocht ik in 1981. Dit was een Commodore 4032. De laatste twee cijfers slaan op het geheugen: 32 kilobytes. Tegenwoordig is dat amper genoeg voor een klein plaatje, maar vroeger moest je hier alles mee doen. 32 Kb was dus de ruimte die beschikbaar was voor zowel het programma dat je wilde gebruiken, als de gegevens die je met dat programma wilde verwerken.

Programma's kon je zelf maken met behulp van Basic, of als je handig was rechtstreeks in machinetaal. Voor de opslag van gegevens gebruikte deze computer cassettebandjes. Als je met een ander programma wilde werken, was je minuten bezig om dat programma te laden. Een jaar later kocht ik er daarom een floppydrive bij. Die werkte met 5.25" diskettes. Ook had ik een printer, die werkte met kettingpapier.

De computer bezit een gebruikerspoort waarop je met wat handigheid zelf dingen kunt aansluiten. Bijvoorbeeld de joystick die je op de foto ziet, waarmee ik eenvoudige spelletjes kon besturen. Ik had ook een versterkertje ingebouwd, zodat de computer geluiden kon voortbrengen. De geluidssterkte werd geregeld met de ronde knop onder het beeldscherm. De computer kon ik, via een relais, ook zelf telefoonnummers laten bellen vanuit mijn adressenbestand.

Deze computer is niet te vergelijken met wat je tegenwoordig met een pc in huis haalt. De grafische mogelijkheden waren uiterst beperkt. Niet alleen vanwege het kleine geheugen, maar ook omdat je de pixels op het scherm niet afzonderlijk kon aansturen. Het scherm was opgebouwd uit 25 regels waarop 40 tekens pasten. Bij elkaar 1000 vakjes waarin je een letter, cijfer of symbooltje kon laten verschijnen. De programma's die ik zelf maakte waren meestal administratief van aard: een adressenbestand, een programma om de score van dartwedstrijden bij te houden, een boekhoudprogramma (waarvan ik me later realiseerde dat ik een spreadsheet had gebouwd). In hobbykringen circuleerden ook spelletjes. Die kon je kopen of ruilen tegen zelfgemaakte programma's. Er bestonden zelfs vrij goede tekstverwerkers en schaakprogramma's.

Rond 1980 waren behalve Commodore diverse andere merken actief: Apple, Atari, Tandy, Sharp, en een rij nu allang vergeten namen. Allemaal computers voor de echte hobbyisten, die het leuk vonden om zelf te programmeren. Dat ging meestal in Basic, een eenvoudige programmeertaal. Elk merk had zijn eigen dialect, en bovendien waren de computers technisch volledig verschillend, dus een programma voor de Apple moest je helemaal ombouwen als je dat op een Commodore wilde gebruiken.

Er bestond wel een soort Esperanto: dat was Basicode. Dit was gemaakt in opdracht van het NOS-programma Hobbyscoop, dat een keer per week op de radio werd uitgezonden. Er werd altijd ook een Basicode-programma uitgezonden, dat je op een cassetterecorder kon opnemen en daarna in je eigen computer kon gebruiken. Tegenwoordig zouden we dat "downloaden" noemen. Een paar minuten lang zond de radio dan een hoop gekrijs en gepiep uit.

Commodore had ook grotere computers, waarmee men zich richtte op de zakelijke markt. Dat is nooit wat geworden, want die markt werd begin jaren 80 ingenomen door de "echte" pc's, met het besturingssysyteem dat Bill Gates in zijn garage had ontwikkeld. Wel een succes was de Commodore 64, een spelletjescomputer die je op een kleuren-tv kon aansluiten. Daarvoor waren ook leuke spelletjes te koop. Dat moest ook wel, want deze computer werd vooral gekocht door mensen die niet van plan waren om zelf te programmeren.



Utrecht, 11 april 1987. Karin is geďnteresseerd in computers. Links mijn Commodore 4032. Rechts een van de eerste draagbare computers. Althans, zo werden ze verkocht; je kon beter spreken van sjouwbare computers. Deze had ik geleend van mijn werk. Het was een IBM-machine met twee floppydrives en als besturingssysteem CP/M, de voorganger van DOS.


Tulip XT uit 1988

Tulip XT, type Compact 2. Met kleurenmonitor en muis. De printer (STAR NL/10) staat niet op de foto. In februari 1988 heb ik deze apparatuur aangeschaft in het kader van een pc-privé-project. Op mijn salaris werd 36 maanden lang 105,34 gulden ingehouden. Via de belasting kon ik dit bedrag aftrekken als "studiekosten". Dat deed ik overigens ook al bij mijn vorige computer.


Mijn tweede computer was een Tulip XT, die ik in 1988 via mijn werkgever kon kopen. Processor 8088, kloksnelheid 10 MHz, 640Kb intern geheugen, 20 Mb vaste schijf, 5,25" floppydrive met opslagcapaciteit van 360 Kb. Later heb ik een 3,5"drive van 720 Kb ingebouwd. De computer (Nederlands fabrikaat!) zat in een mooi kastje. Er hoorde ook een slanke monitor van Tulip zelf bij, maar die was monochroom. Ik wilde kleur en kreeg er toen een vrij lompe monitor bij.

Als ik mee wilde doen met een proef met telebankieren, kreeg ik een gratis modem. Dat wilde ik natuurlijk wel. Van dat telebankieren is toen niets terecht gekomen, maar het modem was ook voor andere dingen te gebruiken. Internet bestond nog niet; er waren alleen bulletin boards waarop je kon inbellen, en waar je dan uiteenlopende informatie kon vinden.

Het was een echte pc, die dus met MS-DOS werkte. Maar we kregen er ook de allereerste Windows-versie bij. Mijn eerste ervaring met de muis. Het idee achter Windows was wel aardig - het was dan ook door Microsoft afgekeken van anderen - maar echt bruikbaar was het niet. In Windows zaten een paar programma's: een eenvoudige tekstverwerker (Write), een tekenprogramma (Paint) en een handig kaartenbakje waarmee je adresbestanden kon maken. Andere programma's waren echter niet aangepast voor Windows, en hadden er vaak zelfs last van als dit in het geheugen zat, dus in de praktijk gooide iedereen Windows er na een paar weken af.

Grafische toepassingen waren beperkt tot een eenvoudige versie van Paintbrush en een paar simpele presentatie­programma's. Zelf gebruikte ik de computer vooral voor administratieve toepassingen. Daarvoor gebruikte ik eerst dBase. Later schakelde ik over naar Clipper, een dBase-compiler waarmee je professionele software kunt bouwen. Ik heb bijvoorbeeld een programma gebouwd waarin ik al mijn foto's administreer. Ook heb ik een programma gebouwd waarmee ik mijn financiële administratie bijhield. Ik heb dat programma in 2001 moeten aanpassen voor de euro, maar in 1988 had ik al wel rekening gehouden met het millennium.



Kloon-pc uit 1997

Een kloon-pc, begin 1997 aangeschaft in het kader van een pc-privé-project. De complete configuratie kostte 3882 gulden, waarvan mijn werkgever 587,50 gulden voor zijn rekening nam. De rest moest ik in 24 maanden terugbetalen. Besturingssysteem Windows 95.


Begin 1997 begon ik aan mijn derde computer. Als deelnemer aan een pc-privé-project kreeg ik via de firma Paradigit een voor die tijd flinke pc, met 15" kleurenmonitor, printer, scanner, geluidskaart en andere toebehoren. Deze pc heeft ook een cd-lezer, maar geen cd-brander. Die kocht ik er in maart 1999 voor 599 gulden bij. De printer, een HP DeskJet 400, staat niet op de foto. Ook de A4-scanner staat niet op de foto. De computer had een modem waarmee ik het internet op kon, maar ik had in juni 1996 al een eigen internetaansluiting via een laptop van de zaak.



Hema-pc uit 2002

In 2002 kocht ik bij de Hema een kloon-pc. Prijs 1129 euro zonder monitor. Eerst gebruikte ik mijn oude 15" monitor, maar daarna kocht ik bij een andere winkel een mooi plat scherm. Besturingssysteem Windows XP.


Nadat ik in 2001 al bij de Hema een computer voor mijn dochters had gekocht (huiswerk, internet, chatten...) kocht ik er een jaar later een eigen pc. De Hema verkoopt af en toe computers. Ze staan dan tussen de rookworsten en de pannensets. Er is niets mis mee, maar je hebt weinig keus en het winkelpersoneel weet er meestal niets vanaf. Na een aanbetaling kun je de pc een paar dagen later in de winkel ophalen. Bij problemen heb je een jaar lang recht op "service aan huis", maar toen ik na een ernstige vastloper de helpdesk van de firma Sky Computer belde, kreeg ik een simpele ziel aan de lijn die mij vertelde dat ik alles maar opnieuw moest installeren. Ik heb mijn probleem dus zelf moeten oplossen.

Op deze pc had ik een A4-scanner en een diascanner aangesloten, en een kabeltje waarmee ik mijn digitale camera's leeghaal. Ik gebruikte deze computer vooral voor grafische toepassingen, zoals fotobewerkingsprogramma's. Vanuit deze pc hield ik ook mijn sinds 12 juli 2002 operationele internetsite bij.



Mijn huidige computers

Begin 2005 heb ik via internet (Dell) weer een nieuwe pc gekocht. Niks bijzonders, wel met meer geheugen en meer schijfruimte dan de vorige. En tegenwoordig gebruik ik snelle laptops, aangesloten op een bloedsnelle glasvezel. Computers zijn gewoon geworden dus besteed ik daar verder geen aandacht meer aan via deze site.

Slimme telefoons

Mijn eerste domme telefoon, een Nokia van de zaak, had ik al voor 2000. Sinds eind 2012 ben ik aan de slimme telefoon. Ik begon met een iPhone, maar daar had ik al snel spijt van (zie hieronder). Sindsdien ben ik aan de Samsung: veel goedkoper, geen problemen, maakt uitstekende foto's en filmpjes.



iPhone 4

     


Eind 2012 kocht ik een iPhone 4. Veel te duur eigenlijk, maar mijn baas (staatsbank ABN AMRO) betaalde mee. Daar kun je allerlei handige dingen mee doen. Zelfs telefoneren, hoewel dat niet de primaire functie is.

Het plaatje rechts toont een iPhone in "herstelmodus", een eufemisme voor volledig vastgelopen. Zie ook mijn blog: Een iPhone updaten? Niet doen!





In memoriam Jack Tramiel

Tot zijn overlijden, op 8 april 2012, had ik nog nooit van de man gehoord. Maar de uitvinder van mijn eerste computer, zeg maar mijn eigen Steve Jobs, is er niet meer.

Zie http://en.wikipedia.org/wiki/Jack_Tramiel




Eliza en Eva. Dertig jaar vooruitgang in kunstmatige intelligentie.

Het is 1981. Op mijn eerste computer kon ik het programma “Eliza” draaien. Eliza was een elektronische hulpverleenster. Je tikte bijvoorbeeld in “Ik ben ongelukkig” en dan vroeg zij “Kun je daar wat meer over vertellen?” Grappig, maar na tien minuten wist je het wel.

Het is 2012. Via de website van NS kun je vragen stellen aan Eva, een elektronische hulpverleenster. Hoe ver zijn wij in die dertig jaar gevorderd?

  • Hoe lang blijven papieren kaartjes geldig?
  • Eva: “Ik begrijp het nog niet helemaal. Sorry, dat snapte ik even niet. Ik zou graag nog een keer van u willen horen waarmee ik u van dienst kan zijn.”
  • Blijven papieren kaartjes geldig?
  • Eva: “Ik begrijp het nog niet helemaal. Dat begreep ik even niet. Mag ik nog een keer vragen waar het over gaat?”
  • Kaartje?
  • Eva: “Ik heb er even moeite mee. Wilt u misschien contact opnemen met de klantenservice?”

Lees ook mijn blog Gesprek met de klantenservice van bol.com.




Zie ook:

Zie ook:





vorige       start       omhoog