Nieuw op deze site

Hieronder vind je een selectie uit recent werk. De laatst toe­gevoegde onderwerpen staan meestal, dus niet altijd, bovenaan. Na enige tijd verhuizen ze naar een van de thema's op deze site. Die thema's vind je links in het scherm. Nieuwe of recent aan­gepaste thema's vind je in het gele kader rechts.

Iets zoeken? Raadpleeg de uitgebreide index of gebruik de tijdlijn.

Voor dagvers nieuws zie de agenda.

 ♦  Langs de rails. Al tot je dienst  ♦



Voorplaat van de week

Utrecht, 28 april 1976. Afgevoerd TEE-treinstel 1001 bij het Utrechtse postperron.


Hilversum, 22 juni 1974. Ter gelegenheid van 100 jaar Gooilijn stond loc Nestor enkele dagen bij het station. Daarachter een tentoonstellings­rijtuig. Dat was een geel geschilderd omgebouwd blokkendoos­rijtuig. De NS had er drie, ingericht als tentoonstellings­ruimte, bioscoop­rijtuig en als ontvangst­ruimte. Ze werden onder andere gebruikt als showtrein voor reisbureaus.



Moesman en de spoorwegen

Joop Moesman (1909-1988) was een Utrechtse surrealistisch schilder. Van zijn werk als kunstschilder kon hij niet rondkomen, vandaar dat hij een baan had bij de NS. Zelf zei hij daar over: “Ik ben geen spoorwegambtenaar die voor zijn plezier schildert, maar een schilder die voor zijn verdriet aan het spoor is”.

Zijn werk bestond uit het tekenen van dienstregeling-grafieken, maar zijn werkgever maakte regelmatig gebruik van zijn artistieke talenten. Zo maakte Moesman menukaarten bij jubilea en afscheidsdiners. Ook is hij de ont­werper van het bekende TEE-logo. Hij ontwierp ook een nieuw logo voor NS, maar die koos uiteindelijk voor het vishaak-logo van Gert Dumbar uit 1968.

De schilderijen die Moesman in zijn vrije tijd maakte hebben niets met de spoorwegen te maken. De enige uitzondering is het grote portret dat hij in 1943 maakte van zijn baas Gustav Giesberger, chef Dienstregelingen. Giesberger staat daar op met in zijn hand de door hem ontwikkelde eerste ‘starre’ dienstregeling. Het schilderij hangt in de opstelling ‘Kinderen van Versteeg’ waar het Spoorwegmuseum de rol van de NS in de Tweede Wereldoorlog belicht. Tijdens de oorlog was Giesberger de belangrijkste contactpersoon van NS voor de Duitse bezetter.

In 1968 ging Moesman met pensioen, maar hij bleef betrokken bij het spoor. Voor het Spoorwegmuseum inventariseerde hij de postzegelcollectie. Zijn ‘Verslag van de Honorair Conservator voor de Postcollectie’ is te zien in een vitrine bij de bibliotheek van het museum. Tot eind mei 2020 toont het Spoorwegmuseum tekeningen en foto’s uit de tijd dat Moesman voor NS werkte. Meer informatie.

MoesMánia2020

Aan het andere werk van Moesman wordt aandacht besteed op diverse locaties in Utrecht, waaronder het Centraal Museum. De culturele manifestatie MoesMánia2020 vindt plaats tot en met 24 mei 2020. Meer informatie.




Stoomlocs serie 801-826

Deze locs zijn tussen 1874 en 1877 door Borsig gebouwd voor de HSM. Ze werden besteld vanwege de uitbreiding van het HSM-net met de Oosterspoorweg (Amsterdam-Zutphen, Hilversum-Utrecht). Hun bijnaam luidde "acht en een halvers", vanwege hun stoomspanning van 8,5 atmosfeer; tot dan toe was 7,5 atmosfeer gebruikelijk.

Bij de HSM droegen ze de volgende namen: Ajax, Bellona, Cycloop, Delios, Eris, Faunus, Glaucus, Hector, Irene, Jason, Kratos, Lucifer, Medusa, Neptunus, Orestes, Pallas, Rhesus, Styx, Vulcanus, Wodan, Xenios, Zeus, Atreus, Boreas, Cerberus, Deukalion.

Loc "Wodan", de latere NS 820. Rond 1905 gefotografeerd op een onbekende locatie door J.H Rutgers uit Deventer. Foto uit het familie-archief van Carole Teuwisse. Meer Nederlandse stoomlocomotieven.




Uithoflijn in gebruik

Voor het eerst ben ik een keer meegereden met een van de trams die ik al zo vaak heb zien rijden tijdens mijn thera­peutische fietstochtjes. Binnenkort ga ik meer foto's maken, onder andere van de speciale bovenleiding op een deel van het traject.

Utrecht Vaartsche Rijn, 7 februari 2020. Aan het einde van het tramperron staan deze borden langs het spoor. Het bovenste bord betekent 'vanaf hier niet sneller dan 50 km/uur', het onderste betekent 'einde beveiligd gebied'. Het symbool moet denk ik een lichtsein voorstellen waar een streep doorheen staat. Vanaf dit punt rijden de trams 'op zicht'. Ook in de Uithof rijden de trams op zicht. Langs het traject daartussen – van Vaartsche Rijn tot Stadion Galgenwaard – staan blokseinen en mogen de trams 70 km/uur rijden. In dit traject ligt ook de enige AHOB van de tramlijn, namelijk in de Koningsweg.

In december 2019 is deze tramlijn, na tientallen jaren en honderden miljoenen, in gebruik genomen. Ondertussen is de naam Uithoflijn achterhaald geraakt, want de Uithof moest in de vaart der volkeren worden opgestoten en heet sinds 2018 Utrecht Science Park. Hier staan de gebouwen van de universiteit en twee ziekenhuizen: het UMC en het WKZ. Ook het RIVM gaat hier naartoe: dat verhuist van Bilthoven naar een nieuw gebouw aan de Padualaan. Al deze instellingen werken met apparatuur die gevoelig is voor de elektromagnetische velden die rond bovenleidingen ontstaan. Om die velden zo zwak mogelijk te houden, is de bovenleiding hier verdeeld in korte secties, op sommige plaatsen maar 15 meter, die vanuit twee kanten worden gevoed. Ook zijn er speciale rijdraadverbinders ontworpen om vonken tegen te gaan. Dit systeem is ontwikkeld voor tramlijn 19 naar de universiteitswijk in Delft.

In Op de Rails van februari 2020 staat een interessant en goed geschreven artikel over de tram tussen Utrecht Centraal en Science Park.

In 1909 moest voor de tram ook al een speciale bovenleiding worden aangelegd, ter hoogte van het KNMI in De Bilt. Toen werd de tramlijn van Utrecht naar Zeist geëlektrificeerd. Omdat men bang was voor zwerfstromen, werd op een deel van het traject een dubbele bovenleiding aangelegd. De tweede draad diende voor de retourstroom, die normaal via de rails wordt afgevoerd. In 1940 kon de dubbele bovenleiding vervallen.



Krokus Express langs Blokpost Bunnik

Bunnik, 15 februari 2020. De Krokus Express op weg naar Zell am See passeert de blokpost bij km 42,5. Het is nog donker, dus onze digitale camera's moeten hun uiterste best doen om toonbare beelden vast te leggen. Met de stevige tyfoongroet van machinist Dermois hebben ze minder moeite. Het bleef die ochtend nog lang onrustig in Bunnik.


Scheveningen, 20 juli 2016. Bijwagen 779 achter 'buitenlijner' 58 in de HTM-remise.


Scheveningen, 20 juli 2016. 'Buitenlijner' 58 met bijwagen 779 in de HTM-remise.


Nieuwe (en oude) bordjes

Op 1 oktober 2019 zijn enkele wijzingen doorgevoerd in het seinreglement. Het opvallendste is de introductie van twee nieuwe borden: het opdrachtbord (zwarte O op een wit bord) en een gewijzigde uitvoering van het S-bord. Hier een overzicht van enkele bestaande en nieuwe borden.

Bovenste rij:

  • Stopseinbord of -lantaarn: witte S op een zwarte ondergrond. Hier stoppen. Dit sein geldt niet voor rangerende treinen.
  • R-bord: zwarte R op een witte achtergrond. Rangerende treinen mogen niet voorbij dit bord rijden.
  • S-bord: stoppen en de opdracht op het onderbord uitvoeren. Is er geen opdracht, dan na het stoppen verder rijden. Dit bord zal geleidelijk plaatsmaken voor het opdrachtbord of het stopbord met rode schuine strepen.
  • Opdrachtbord: zwarte O op een witte achtergrond. Stoppen en de opdracht op het onderbord uitvoeren (bijvoorbeeld overweg sluiten). Daarna verder rijden.

Onderste rij:

  • Stopbord. Na toestemming van de op het onderbord vermelde functionaris verder rijden.
  • Stopbord met witte lamp. Na toestemming van de op het onderbord vermelde functionaris verder rijden. Als de witte lamp brandt, dan liggen de wissels achter het bord goed. Is de lamp gedoofd, dan moeten de wissels ter plaatse worden bediend.
  • Facultatief stopbord. Dit betekent stoppen, tenzij de opdracht op het onderbord is uitgevoerd.
  • Facultatief stopbord met witte lamp. Dit betekent stoppen, tenzij de opdracht op het onderbord is uitgevoerd. De witte lamp brandt als de wissels achter het bord goed liggen. Is de lamp gedoofd, dan moeten de wissels ter plaatse worden bediend.

Meer over borden langs het spoor. Voor exacte definities zie het seinreglement.



Giesl-ejector

Technisches Museum Wien, 29 augustus 2012. Schaalmodel van een rookkast met Giesl-ejector. Dit was een uitvinding uit 1951 van de Oostenrijkse ingenieur Adolph Giesl-Gieslingen. Normaal wordt de stoom, nadat die door de cilinders is gegaan, via een ronde pijp door de schoorsteen naar buiten geblazen. Bij een Giesl-ejector gebeurt dat via een rij dunne pijpjes naast elkaar. Dit zou de trek op het vuur verbeteren en daardoor tot kolenbesparing en betere prestaties leiden. De Giesl-ejector is vooral toegepast in Oostenrijkse, Tsjechoslowaakse en Oost-Duitse locomotieven. Deze loco­motieven zijn eenvoudig te herkennen aan hun afgeplatte schoorsteen. Het verhaal gaat dat de uitvinding van Giesl niet vertoond mocht worden op de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. Op die tentoonsteling werd in de toekomst gekeken, en daar hoorde het aflopende verhaal van de stoomlocomotief niet in thuis (bron: Ton Pruissen tijdens de stoomquiz van de NVBS op 8 februari 2020).

Zugförderungsleitung Wien Nord, 28 augustus 1973. Loc 77.253, daarachter een loc van de Reihe 78. Aan de platte schoorstenen is te zien dat beide locs zijn uitgerust met een Giesl-ejector.



De Leitschienenbahn

Ik verzamel jeugdboeken over treinen. Onlangs kreeg ik een Duits boek uit 1953 in handen: Alle Achtung Peter, met als ondertitel Vom “Adler” zur Leitschienenbahn.

De Adler was de eerste Duitse stoomlocomotief. De Leitschienenbahn was een uitvinding van Heiner Kuch. Wie verzint hier een goede Nederlandse naam voor – geleiderailtrein? Hoe dan ook: het is een van de vele varianten van de monorail. Heiner Kuch is een van de auteurs van dit boek.

De avonturen van Peter

Hoofdpersoon van het boek is Peter, de zoon van blokwachter Ludwig Cullmann. Via zijn vader en zijn oom Karl, die stationschef is, maakt Peter kennis met de geschiedenis en de geheimen van de spoorwegen. Het boek begint met zijn grootvader, die ook bij het spoor heeft gewerkt. Die vertelt hoe hij op 7 december 1835 als kleine jongen getuige was van de eerste rit met de Adler.

Het is duidelijk: Peter kan niet wachten tot hij groot genoeg is om ook spoorman te worden. Dankzij zijn vader en zijn oom lukt dat uiteindelijk ook. Het boek moet wel spannend blijven, dus tussen de bedrijven door lost onze held enkele misdaden op. Als dank voor het betrappen van een paar kolendieven mag hij meerijden op een stoomlocomotief. En later kunnen dankzij hem twee bankrovers, die met de trein gevlucht zijn en proberen een ontsporing te veroorzaken, in de kraag gevat worden. Deze keer mag Peter als beloning een keer meerijden met de Schienenzeppelin!

Dan slaat het boek twintig jaar over. Peter is bij het spoor gaan werken en heeft zich daar opgewerkt tot ingenieur. Hij nodigt zijn oude vader uit om de eerste rit van de Leitschienenbahn mee te maken. Dat is een trein die niet op rails rijdt, maar over een vlakke baan. In het midden daarvan zit een T-vormige geleiderail die ervoor zorgt dat de trein op de baan blijft. Midden onder de trein zitten horizontale wielen die tegen de geleiderail drukken.

De trein kan zeer snel rijden, ook door bogen, zonder te ontsporen. Tot 150 km/uur rijdt de trein op rubberbanden. Bij hogere snelheden rijdt de trein op flensloze stalen wielen. Snelheden tot wel 1000 km/uur zouden hierbij mogelijk zijn. Zie de tekeningen hieronder uit het boek.

De uitvinding van Heiner Kuch

Het idee om een middenrail te gebruiken om treinen in het gareel te houden kwam van Franz Kruckenberg. Die vroeg daar in 1928 patent op aan, maar werkte dat idee niet uit: hij ging verder met een snel voertuig dat over gewone rails zou rijden: de Schienenzeppelin. In 1931 vroeg Heiner Kuch samen met Heinrich Jacobi de eerste patenten aan voor de Leitschienenbahn (LSB). Na de oorlog ontwikkelde Kuch zijn plannen verder.

Dankzij de rubber banden zou de trein ook over gewone wegen, dus zonder geleiderail, kunnen rijden. Ook bij de Alweg-Bahn uit de jaren vijftig, een soortgelijk idee als de Leitschienenbahn, zouden de treinen over de weg kunnen rijden. Voordeel is dat je alvast met zo’n systeem kunt beginnen voordat er overal speciale banen zijn aangelegd.

Het idee was om een netwerk van snelle treinen aan te leggen. Maar van een groot netwerk is het nooit gekomen. Net als bij de Alweg-Bahn zijn de toepassingen beperkt gebleven tot korte trajecten, zoals bij de luchthaven van Frankfurt. In 1960 werd Kuch benaderd door een Arabische sjeik die een Leitschienenbahn door de woestijn wilde aanleggen, maar daar is later nooit meer wat van vernomen.

Heiner Kuch bedacht ook een manier om de geleiderail onder het wegdek aan te brengen, zodat andere voertuigen er geen last van hebben. De wielen onder het voertuig zijn hierbij schuin geplaatst en steunen door een gleuf in het wegdek tegen de geleiderail. Dit idee wordt toegepast bij ‘bandentrams’ zoals de Translohr. Kuch bedacht ook een systeem waarbij een bus met behulp van horizontale wielen op de baan wordt gehouden. Ook dat idee wordt in de praktijk toegepast: de Spurbus (geleidebus).

Boeken en illustraties

Ingenieur Heiner Kuch (1893-1976) was niet alleen uitvinder maar ook kunstschilder. Hij maakte de kleurenplaten in Alle Achtung Peter. In 1952 verscheen een platenboek van zijn hand, met daarin onder andere de LSB zoals die er volgens hem uit zou komen te zien. Kuch heeft ook illustraties gemaakt voor catalogi en verpakkingen van Märklin en Fleischmann.

Alle Achtung Peter. Vom “Adler” zur Leitschienenbahn. Door E.C. v. Bomhard en Heiner Kuch. Uitgave Blüchert-Verlag Stuttgart, 1953. Van dit boek zijn twee versies verschenen. Ik bezit de tweede versie, helaas zonder het stofomslag.

Ook bezit ik het platenboek dat Heiner Kuch maakte. Op het omslag staat een afbeelding van de Leitschienenbahn. Eisenbahnen Gestern – Heute – Morgen. Kleurenplaten en gedichten door Heiner Kuch. Uitgave Robert Zeise & Co, Regensburg, 1952.

Model en werkelijkheid

Onder het motto: waarom zou je twee rails gebruiken als een trein er maar één nodig heeft, zijn vele systemen ontworpen. Soms met succes, vaker echter raakte zo'n uitvinding snel weer in de vergetelheid. Echt lange trajecten zijn er nooit mee aangelegd, vanwege de enorme investeringen die nodig zouden zijn om een speciale baan te bouwen. Liever vertrouwt men op de twee smalle staven waar treinen al honderden jaren over rijden, ook al vliegt daarbij weleens wat uit de bocht.


Heiner Kuch met een model van zijn Leitschienenbahn op de Nürnberger Erfindermesse in 1952. Fotograaf onbekend. Op de Deutsche Verkehrsausstelling in 1953 in München reed op een grote baan een schaalmodel van de LSB rond.


Leitschienenbahn op Frankfurt Flughafen in 2015. Foto door Freddy2001 op Wikipedia, CC BY-SA 4.0.



HOV van Hilversum naar Huizen

Hilversum, 7 februari 2020. Loc 1828 is met een keteltrein en twee locs in opzending op weg naar Amersfoort. De voorbereidingen voor de aanleg van een Hoogwaardig Openbaar Vervoer-verbinding (HOV) zijn hier begonnen. Op de voorgrond zal een busbaan worden aangelegd. Tussen Hilversum en Huizen moeten snelbussen gaan rijden over een vrije busbaan. De nabijgelegen overweg in de Oosterengweg wordt eind maart 2020 afgesloten en zal worden vervangen door een tunnel. Auto's zullen de komende jaren moeten omrijden. Voor bussen en langzaam verkeer komt er een tijdelijke overweg. De busbaan wordt aangelegd ondanks vele protesten die er de afgelopen jaren tegen zijn geuit. Er rijdt op dit moment al een snelbus die in de behoeften van Huizen en andere gemeenten voorziet. Ons team zal de ontwikkelingen volgen! Foto Henk Koster.


De mannen achter Langs de rails

Maak kennis met het team van Langs de rails.


Spot the Webmaster

Dieren, 7 september 2019. Ook tijdens Terug naar Toen werd natuurlijk meegedongen naar de Spot the Webmaster Award. Foto Dan van der Poel.


Stoomgemaal Cruquius

Stoomgemaal Cruquius, 2 mei 2016. Als stoomliefhebber pur sang moest ik dit technische monument natuurlijk bezoeken.


Madurodam, 20 september 2018. Replica schaal 1:2 van stoomgemaal Cruquius in aanbouw. Foto Ed van de Vechte.



NVBS Actueel

Het januarinummer van NVBS Actueel is verschenen. NVBS Actueel is de maandelijkse nieuwsbrief van de NVBS. Een abonnement op deze interessante nieuwsbrief is gratis, ook voor niet-leden van de NVBS.

Al eerder in NVBS Actueel: Kennismaking met Jos Beerman (pdf).



Over deze site

Sinds 1967 maak ik foto's van treinen, trams, metro's en andere vormen van openbaar vervoer. Veel Nederlandse spoor­wegen, maar ik heb ook reizen gemaakt om stoom­locomotieven en treinen in diverse andere landen te zien. Ook heb ik films, video's en geluid­opnamen gemaakt.

Wat vind je op deze site

Een veel bezocht onderdeel is de agenda met tips en reis­informatie. Op deze site vind je verder boeken, dienst­regelingen, modeltreinen en andere objecten uit mijn collectie. "Langs de rails" besteedt ook aandacht aan andere onderwerpen. Meestal hebben die met techniek te maken, zoals foto­grafie of computers, maar soms ook niet.

Meer over deze site

Deze site is dus niet alleen bestemd voor de lief­hebber van treinen of de model­bouwer. Het is prettig als je een beetje gevoel voor humor hebt. Meer informatie.

Links naar andere sites

Af en toe controleer ik mijn pagina met links naar andere sites. Ik verwijder dan de websites die niet meer bestaan of die duidelijk niet meer worden bijgehouden. Voor links naar hobby-sites geldt de voorwaarde dat die ook naar mij linken. Klopt er iets niet volgens jou? Laat het me weten!

Digitaal erfgoed

Wat gebeurt er met deze site als ik die zelf niet meer kan bijhouden? Zie "Langs de rails" als digitaal erfgoed.

Contact

Reageren? Vragen? Neem dan gerust contact met mij op. Maar stuur mij geen berichten via Facebook of dergelijke. Gewoon mailen. Dan weet je zeker dat ik het lees en dat jij een reactie krijgt.

De keuze van Google




Nieuw op deze site (vervolg)





vorige       start       omhoog