Overwegen

De spoorwegwet van 1859 schreef voor dat hoofdspoorwegen over de gehele lengte afgesloten moesten zijn, dus ook bij openbare overwegen. Dat betekende dat er veel personeel nodig was om al deze overwegen te bewaken. De wachters woonden met hun gezin vlak bij de overweg. Doorgaans deden ook hun vrouwen dienst.

De wachters werden voor de komst van een trein gewaarschuwd door een seinklok. Ze wisten dan dat ze de hekken moesten sluiten.

Op afstand bediend

Bij stations en bij grotere overwegen werden de spoorbomen op afstand bediend. Dat gebeurde met een handelinrichting vanaf het perron of vanuit een seinhuis. Op den duur kwamen er ook elektrisch bediende overwegen (EBO). Bij een stroomstoring konden deze ook met de hand worden bediend.

In 1922 veranderde de wet, waardoor de bewaking bij een groot aantal overwegen kon worden opgeheven. Meteen daarna begon het aantal ongevallen op deze overwegen toe te nemen. Maatregelen zoals het plaatsen van oranje knipperlichten hadden weinig effect. Deze lampen knipperden namelijk altijd, ook als er geen trein in aantocht was.

Automatische knipperlichten

In 1929 werd de eerste automatische knipperlichtinstallatie (AKI) in gebruik genomen. Hierin knipperde een wit licht. Zodra er een trein naderde ging een rood licht knipperen. Later kregen AKI’s twee rode knipperlichten.

Ook de AKI bood op drukkere overwegen onvoldoende veiligheid. Vanaf 1952 kwam de AHOB in opkomst: de automatische halve overwegbeveiliging. Vrijwel alle Nederlandse overwegen zijn nu van AHOB’s voorzien. Sinds 2006 bestaan er vrijwel geen AKI's meer: die zijn vervangen door AHOB's of mini-AHOB's.

In een halve eeuw tijd is er veel veranderd. De elektrische bellen zijn op veel plaatsen vervangen door elektronische bellen, die door hun gerichtere geluid de omgeving minder tot last zijn. De houten bomen maken plaats voor lichtmetalen bomen, terwijl led’s de plaats innemen van gloeilampen.

Bewaakt of beveiligd?

Je leest weleens over ongevallen op onbewaakte overwegen. Die term is goed beschouwd niet juist: een overweg is beveiligd of onbeveiligd. Een beveiligde overweg kan ook bewaakt zijn: dat is een overweg die door een wachter wordt bediend. Een niet-bewaakte overweg kan beveiligd zijn met een installatie die door de naderende trein in werking wordt gesteld: knipperlichten, automatische spoorbomen.

Als zo'n automatische installatie ontbreekt, dan is er sprake van een onbeveiligde overweg. Tegenwoordig noemt men dat een 'niet actief beveiligde overweg' (NABO). Een eufemisme, want de zogenaamde beveiliging bestaat slechts uit borden of andreaskruisen, soms een klaphek. Je moet zelf maar opletten of er geen trein aankomt. Vaak zijn dit niet-openbare overwegen.

Bewaakte overwegen bestaan nauwelijks meer. De EBO, ooit een vertrouwd gezicht in het hele land, wordt alleen nog toegepast als er veel sporen zijn. De laatste EBO’s: Hilversum (in 2007 opgeheven), Zutphen (in 2015 opgeheven), Naarden-Bussum (bediend vanuit Amersfoort) en Roermond (bediend vanuit Maastricht).

De lintenknipper van Winsum

Op een onbeveiligde overweg in Winsum hebben verschillende ernstige ongelukken plaatsgevonden. Na het laatste ongeluk, in november 2016, kreeg boer Willem Stavenga die vlakbij woont de schuld: hij zou niet willen meewerken aan een alternatief voor deze overweg. Die bewering kwam van ProRail en van de lokale lintenknipper, burgemeester Rinus Michels van Winsum. Maar het tegendeel bleek het geval: het waren juist de gemeente en ProRail die een oplossing bemoeilijkten. Dan laat ProRail-directeur Pier Eringa zien hoe je zoiets oplost. Hij stapt in zijn auto om persoonlijk excuses aan te bieden en om aan de keukentafel van de boer afspraken te maken.


Overwegwachteres uit 1889, met rode vlag. Repro uit het gedenkboek van de HIJSM, 1839-1889.


De grootvader van J.A. Seure, die als overwegwachter dienst deed bij de Oude Amersfoortscheweg in Hilversum. Hij had maar één arm en werkte daarom samen met een collega die ook één arm had.


Utrecht, 10 augustus 1942. Een van het station Maliebaan komende stoomloc remt niet op tijd en duwt de houten wachtpost op de overweg in de Burgemeester Reigerstraat. De familie van mevrouw Van Wakeren, de overwegwachteres, kijkt in de camera. Het brandspuithuisje op de linkerfoto bestaat nog steeds. Foto's collectie Fred Meijer.


Delden, Meenhuisweg, 1930. De vader van Eric Zwijnenberg maakte met een vriend op de fiets een jeugdherbergtocht. Ze fietsten van Delden naar Oldebroek en passeerden daarbij de spoorlijn Zutphen-Hengelo. Foto P.Th. Zwijnenberg.


Utrecht, Koningsweg. Overwegwachteres mevrouw De Groot in actie. Ze woonde in woning 52A die hier nog steeds staat. Het spoor is in november 2012 opgebroken. De foto's zijn gemaakt in het begin van de jaren vijftig, te zien aan de turkooise 1100 die voorbij komt. De trein rijdt richting Lunetten. De overwegwachteressen droegen een cape met rode voering. De komst van een trein werd aangekondigd door een seinklok. Bij het seinhuis van het Spoorwegmuseum is tegenwoordig nog zo'n klok te zien. Foto's beschikbaar gesteld door Rob de Groot, kleinzoon van mevrouw Mijnoudje de Groot-Bankert, de eerste vrouwelijke overwegwachter van Nederland.


Uit "Die Märklin-Bahn und ihr grosses Vorbild." Catalogusnummer 753/2, uitgegeven circa 1955.


AKI: automatische knipperlicht-installatie

Een moderne AKI in de bossen bij Beerze, 21 augustus 1995. Een Plan V is op weg van Zwolle naar Emmen. Sinds 2006 bestaan er vrijwel geen AKI's meer: die zijn omgebouwd tot AHOB of mini-AHOB.


"Reeds in 1929 is men begonnen met het plaatsen van flikkerlichtinstallaties bij onbewaakte overwegen. Weliswaar werden alle installaties tijdens de bezettng vernield, maar vele konden worden gerepareerd. Deze flikkerlichten zijn in de praktijk uitermate betrouwbaar gebleken. Niet alleen wanneer een trein nadert, wordt een sein gegeven - namelijk rood licht, ten teken dat men moet stoppen-  maar ook wanneer geen trein nadert brandt een licht, en wel van witte kleur. De naam van deze installatie zegt al, dat er geen constant licht wordt uitgezonden, doch een flikkerlicht, waarbij ten behoeve van kleurenblinden het aantal flikkeringen van het rode licht verschilt van dat van het witte.

Een geluidssein, dat tegelijkertijd met het flikkerlicht in werking treedt, dient om wandelaars en kinderen te waarschuwen. Door de rode lamp gaat altijd stroom. Valt deze stroom uit, dan gaat automatisch een oranje licht branden, dat zowel voor de weggebruiker als het treinpersoneel zichtbaar is en dus altijd waarschuwt, wanneer een defect optreedt. Deze kostbare schakeling is uniek in de wereld. De installaties zijn zeer kostbaar. Vóór de oorlog kostten zij ongeveer ƒ 4000 tot ƒ 6000, thans zijn deze kosten gestegen tot ongeveer ƒ 10.000 tot ƒ 15.000.

Bij de electrificatie zal geheel van onbeveiligde overwegen worden afgestapt en zij zullen alle worden bewaakt, hetzij door middel van afsluitbomen, hetzij door flikkerlichtinstallaties. De Nederlandse Spoorwegen zullen dan beschikken over een beveiligingsstelsel, dat aan de gehele wereld ten voorbeeld kan worden gesteld en de Nederlandse reiziger de grootst mogelijke veiligheid biedt."

Bovenstaande tekst is gebaseerd op een hoofdstuk uit "Wie wat waar? Jaarboek 1948", door Uitgeverij "Wie wat waar" Rotterdam en A.W. Sijthoff's Uitg. Mij., Leiden. Klik hier voor meer uit dit boek.


Flikkerlichtinstallatie, zoals die vanaf 1929 is toegepast. Later is men dergelijke overwegen gaan aanduiden als AKI: automatische knipperlicht-installatie. De oranje lamp, die ging branden als er een storing in de installatie was, is komen te vervallen. AKI's hadden voortaan twee rode lampen en één witte lamp. Foto uit het bedrijfsarchief van Vialis NMA.



Barneveld, 24 juli 2009. Na vele protesten van omwonenden over de stille Protossen die vier keer per uur tussen Bnc en Amf pendelen, heeft ProRail besloten op de tot nu toe onbeveiligde Esweg in Barneveld AKI's te plaatsen. In 2006 is een programma gestart om alle AKI's te vervangen door AHOB's of mini-AHOB's, dus het is merkwaardig dat er bij Barneveld weer een nieuwe is geïnstalleerd (de overweg in de Esweg gaat overigens verdwijnen). Foto Martin Kaptein.



"WILO"

Er bestaat ook een vereenvoudigde AKI: de WILO (waarschuwings­installatie landelijke overweg). Deze bestaat uit een Andreaskruis met daaronder twee lampen. De bovenste lamp is rood, de onderste wit. Als de witte lamp knippert, dan is er geen trein in aankomst. Als de rode lamp knippert, dan is er een trein op komst. In tegenstelling tot de AKI knippert er maar één rode lamp, en is de overweginstallatie niet voorzien van een bel.


Eschebrügge, 4 april 2006. MRCE 500 1592 + RAG 825 bij het laatste zonlicht, op weg naar Coevorden-Heege om ingeklaard te worden. Het sein geeft aan of de verderop liggende overweg is gesloten. Het bestaat uit een gele schijf met daarboven een witte lamp. Als de witte lamp knippert mag de trein doorrijden. Als de witte lamp is gedoofd moet de trein voor de overweg stoppen. In Nederland worden dergelijke seinen ook gebruikt; je ziet ze tussen Apeldoorn en Apeldoorn VAM. Verschil met Duitsland is dat de witte lamp continu brandt als de overweg gesloten is. Foto Fokko van der Laan.


 
 

Wachtpost Wnn (Wadenoijen) in de lijn Geldermalsen-Tiel, mei 1977. Elektrisch bediende overweg (EBO). Ik keek altijd even of het mannetje in de wachtpost niet zat te slapen...


Amerikaanse AHOB in Nederland

 

Demonstratie van een Amerikaanse AHOB op het terrein van de Machinefabriek Alkmaar in 1950. Prins Bernhard (derde van links) kijkt aandachtig toe. Kleurenfoto: voorpagina van een brochure van GRS. Archief Vialis NMA.


 

Valkenburg ZH, 18 november 2006. Amerikaanse AHOB bij restaurant De Tender. Fabrikant van deze AHOB is de WRSS (Western RailRoad Supply co.), dezelfde die ook de AHOB op de zwartwitfoto's hierboven heeft geleverd.


De eerste Nederlandse AHOB's

 

Blauwkapel, 20 september 2003. Loc 1776 rijdt met een trein van Herik Rail via de Maliebaan naar Hilversum en passeert hier de spoorwegovergang Voordorpsedijk. De trein heeft zojuist het kruispunt Blauwkapel achter zich gelaten. Op 14 mei 1952 was dit de eerste overweg die van een AHOB-installatie werd voorzien, tegelijk met de indienststelling van de NX-beveiliging ter plaatse. Halve overwegbomen bestonden al eerder, maar die werden niet automatisch bediend. Een bijzonderheid is dat dit een dubbele overweg met een gecombineerde AKI-AHOB-beveiliging is (zie Op de Rails 1989-4 blz. 112).


Utrecht, jaren 60/70. Overweg in de Eyckmanlaan. Links in de achtergrond is de wijk Overvecht in aanbouw, naar rechts buigt de weg af richting Maartensdijk en Hilversum. Deze AHOB is in gebruik genomen in 1959. Dat herinner ik me nog goed, want als wij van Hilversum naar onze familie in Zuid-Holland reden, kwamen we via deze overweg de stad Utrecht in. De autoweg A27 was er toen nog niet. We moesten vaak behoorlijk lang wachten bij deze drukke overweg, maar opeens ging het een stuk sneller: de bomen werden automatisch bediend en de wachter in het seinhuis hoefde zich alleen nog maar met de seinen te bemoeien.


Utrecht Blauwkapel, 23 juli 1989. Op een vroege zondagochtend passeert een plan V, komend uit de richting Hilversum, een van de oudste AHOB's van Nederland. De foto is gemaakt vanuit het toen nog in gebruik zijnde seinhuis Blauwkapel. Rechts staat mijn gele Lada. De overweg bestaat nog steeds, maar de meeste treinen passeren nu via een fly-over.


 

Forensenverkeer in Bilthoven, met een trein richting Den Dolder. Helemaal links het spoor naar Zeist. De foto is gemaakt vanaf het seinhuis. Bron: NS-kalender 1931. De tweede foto is gemaakt op 24 juli 2003, vanuit een trein uit Den Dolder.


Woerden, 25 juli 1989. Loc 1129 rijdt het middenspoor op met een trein uit de richting Gouda.


Werking van de AHOB

Een AHOB treedt in werking als de trein op 27 seconden genaderd is, uitgaande van de snelste trein die op dit baanvak voor kan komen. De bellen gaan rinkelen en de rode lampen gaan knipperen. Ongeveer 5 seconden hierna gaan de bomen dalen. Twaalf seconden daarna zijn ze horizontaal en worden de bellen stil. Er zijn ook overwegen waarbij de bellen aan de linkerkant blijven doorrinkelen, om voetgangers te waarschuwen. Ongeveer 10 seconden later passeert de trein. Zodra de laatste wielen van de trein de overweg zijn gepasseerd, gaan de bomen in ongeveer 12 seconden weer open. Behalve natuurlijk als er ondertussen van de andere kant ook een trein nadert. De totale wachttijd voor het wegverkeer is bij de snelste trein dus ongeveer 40 seconden, plus de tijd die de trein nodig heeft om in zijn geheel de overweg te passeren.

De trein is in de bovenste tekening de overweg gevaarlijk dicht genaderd; in werkelijkheid zouden de bomen al gesloten zijn. De trein rijdt hier over de zogeheten aankondigingssectie. De lengte hiervan hangt af van de maximum snelheid waarmee de treinen hier kunnen rijden. Wanneer een trein in deze sectie rijdt, loopt er via de wielen en de assen een stroom tussen de twee spoorstaven en zal de overweg sluiten. De spoorstaven bij de overweg zijn ook geïsoleerd. Dit is de zogeheten middensectie (ook wel aanrijsectie). Zodra de laatste wielen van de trein deze sectie zijn gepasseerd, gaat de overweg weer open. De lampen blijven nog even knipperen, want er kan zoals bekend nog een trein komen. Ook rechts van de overweg ligt in hetzelfde spoor een aankondigingssectie, bestemd voor treinen die vanaf die kant de overweg naderen. Er is altijd maar één aankondigingssectie actief, afhankelijk van de ingestelde rijrichting. Bij een dubbelsporige overweg zijn er dus vier aankondigingssecties, in beide sporen twee. Tekening uit een folder van de NMA, 1986.


Overwegstoringen

Een oud systeem om treindienstleiders op afstand te laten zien of alle overwegen goed functioneren, bestaat uit een storingsdraad die langs alle overwegen van een traject loopt. Via een elektrische weerstand is elke overweg op die draad aangesloten. Wanneer een overweg in storing gaat, vermindert daardoor de spanning op de lijn en daarmee de uitslag van een voltmeter bij de treindienstleider. Om hem te waarschuwen gaat er ook een rode lamp branden. Omdat elke overweg een andere elektrische weerstand heeft, is de uitslag van de voltmeter voor elke overweg anders.

De meter is dus te gebruiken om te bepalen welke overweg gestoord is. Tenminste zolang het om één overweg gaat. Als er meer overwegen gestoord zijn, is uit de stand van de voltmeter niet meer af te leiden om welke overweg het gaat. In dat geval verschijnt de melding "meerdere overwegen gestoord" en kan de treindienstleider alleen nog maar opdracht geven om bij alle overwegen langzaam te rijden. Dit oude, beperkte systeem heet Dateq.

Overwegsignalering (DOSS)

Het tegenwoordig gebruikte systeem is DOSS (Discreet Overweg Signalering Systeem). Dit systeem kan maximaal vijf gestoorde overwegen tonen. Bij meer dan vijf verschijnt de melding "meerdere overwegen gestoord". Op een ander scherm kan de treindienstleider zien welke overwegen precies gestoord zijn.

Bij een overwegstoring moet de treindienstleider een aanwijzing afgeven voor elke gestoorde overweg. In de praktijk wordt het treinverkeer gestaakt als er meer dan vier of vijf overwegen op een baanvak in storing zijn. De treinen lopen dan zoveel vertraging op dat het niet doenlijk is om een dienstregeling op gang te houden. De reiziger krijgt dan de mededeling "Door een overwegstoring is er geen treinverkeer mogelijk tussen... en ..."

"Aanrijden" van een overweg

Je ziet weleens een trein heel langzaam op een open overweg afkomen. Zodra de eerste wielen de middensectie raken, gaan de spoorbomen alsnog naar beneden. De machinist heeft dan opdracht gekregen om de overweg "aan te rijden". Deze situatie doet zich voor als de aankondigingssectie niet functioneert. Dat kan een storing in de apparatuur zijn, maar het kan ook gaan om een trein die onderweg niet verder kon en nu tegen de ingestelde rijrichting terugrijdt. Of om een locomotief die van een verderop gelegen station komt om een gestrande trein weg te slepen.


Bewaking via internet

De aandrijving van AHOB’s kan tegenwoordig op afstand, via internet, worden bewaakt.

Linksonder een ouderwetse aandrijving voor overweg­bomen, rechts een aandrijving waarin elektronische componenten te herkennen zijn. Deze aandrijvingen kunnen op afstand, via internet, worden bewaakt. Dit gebeurt ook bij wissels. Op deze manier krijgen onderhoudsmonteurs tijdig een waarschuwing als er iets met een installatie aan de hand is. Zo kan een hoger stroomverbruik een aanwijzing zijn dat er iets aan het verslijten is.

Ondanks de elektronica wordt er ook nog steeds een puur mechanische teller ingebouwd, die bijhoudt hoe vaak de overwegboom gesloten is. Foto's gemaakt bij leverancier Vialis in Broek op Langedijk, 25 februari 2005.

 

Valkenburg, 24 september 2005. Treinstellen 186 en 113. Het bord op de voorgrond is een "Aankondiging overweg". Het staat bij de geïsoleerde las in het spoor waar de aankondigingssectie van een overweg begint. Het bord dient ter oriëntatie van machinisten, als zij een "Lastgeving aki/ahob/aob" hebben gekregen. Op deze lastgeving (tegenwoordig noemen ze dat aanwijzing) staat de betreffende overweg in kilometers en hectometers aangegeven, op deze foto 26,0. Het bord geldt hier voor beide sporen. In beide sporen zijn duidelijk ook de geïsoleerde lassen te zien, en de "potjes" waar de kabels de grond in gaan. Foto Hans Hartemink.


Stop-doorschakeling

Wanneer vlak achter een halte een overweg ligt, wil men voorkomen dat de spoorbomen meteen dichtgaan bij het naderen van een stoptrein. Weggebruikers zouden dan minutenlang moeten wachten voordat de bomen weer opengaan. Vandaar de "stop-doorschakeling". Deze zorgt ervoor dat wanneer er een stoptrein nadert, het sein rood is en de overweg geopend blijft. Nadat de trein bij het perron is gestopt, gaat na korte tijd de overweg dicht. Hierna zal het sein uit de stand stop komen en kan de trein vertrekken.

Bij een doorgaande trein werkt het sein als een automatisch bloksein: de normale stand is groen en de overweg zal bij nadering van de trein dichtgaan. In de tijd van de NX-beveiliging moest de treindienstleider met een knop aangeven om wat voor trein het ging: een stoptrein of een doorgaande trein. Bij een stoptrein werd daarmee een signaal in gang gezet dat via de relaiskasten langs het spoor met de trein "meereist". Tegenwoordig wordt dat signaal in gang gezet door de computer. Bij gladde rails (blaadjes in de herfst) wordt de stop-doorschakeling niet gebruikt, vanwege het risico dat een stoppende trein doorglijdt terwijl de overweg geopend is.



Stop-door in Bunnik, vroeger en nu

Bunnik, 11 mei 2006. Deze halte is in de richting Driebergen opgenomen in de stop-doorschakeling. Het sein is bij binnenkomst van een stoptrein rood en de overweg blijft open. Na ongeveer een minuut sluit de overweg en wordt het sein groen. In maart 2016 is deze overweg opgeheven; zie hieronder.

Aan het sein hangt het bord "Noodbediening overweg". Wanneer dat door een storing niet gebeurt, kan het treinpersoneel met een sleutel via het blauwe kastje zelf de vertrekprocedure in gang zetten. Bij overwegen die zijn voorzien van een "middensectie" ontbreekt deze noodbedieningsmogelijkheid. In deze gevallen treedt de overweg alsnog in werking wanneer de trein, na toestemming van de treindienstleider, voorzichtig voorbij het sein rijdt. Via de wielen van de trein wordt de middensectie kortgesloten, waardoor de overweg sluit.


Bunnik, 19 oktober 2016. De overweg in de Groeneweg is in maart 2016 verdwenen, maar 800 meter verderop ligt nog een overweg in de Stationsweg. Om te voorkomen dat die overweg te lang gesloten blijft, kon de stop-doorschakeling niet vervallen. Daar is nu een variant op gekomen: bij het naderen van een stoptrein gaat het sein in de stand groen-knipper-acht. De overweg in de Stationsweg gaat dicht zodra de trein het sein voorbij rijdt. Tot aan de overweg mag de trein maximaal 80 km/uur rijden, daarna weer met de baanvaksnelheid van 140 km/uur. Bij het naderen van een doorgaande trein blijft het sein groen; de overweg gaat dan al dicht voordat de trein bij het station is en de trein kan op volle snelheid doorrijden. Sein 907 is een P-sein geworden en het sleutelkastje is verdwenen.


Bunnik, 21 oktober 2016. De overweg in de Stationsweg. Deze weg ligt 900 meter van het huidige station. Treinen die vanaf het station met 80 km/uur vertrekken, mogen voorbij de overweg weer optrekken naar 140 km/uur. Het bordje "14" is nieuw. Het groene baanvaksnelheidsbord (SR 316) wordt in nieuwe situaties niet meer geplaatst. Het nieuwe bordje staat trouwens precies in de zichtlijn van een van mijn fotolocaties, maar is korte tijd later iets verplaatst. ProRail wil namelijk niet het verwijt krijgen dat ze fotografen tot gevaarlijke acties aanzet.


 

Rotterdam Centraal, 27 augustus 2004. Overpadbeveiliging. Als de witte lampen knipperen, dan kan er een trein aankomen. Blijven de lampen branden, dan is de kust veilig. Deze manier van beveiligen wordt toegepast bij overpaden die voor personeel zijn bestemd. De witte lampen gaan knipperen als er een rijweg wordt ingesteld die het overpad kruist. Dat wil niet zeggen dat er direct een trein aankomt: het personeel wordt alleen gewaarschuwd dat het op moet letten. Er zijn wel stipheidsacties gevoerd waarbij het personeel consequent bleef wachten totdat de lampen niet meer knipperden, met als gevolg dat bagagekarren of postkarren grote vertraging opliepen. Bagagekarren en postkarren bestaan niet meer, dus deze vorm van actievoeren zit er niet meer in.


 

Werkplaats Tilburg, 20 januari 1971. Rotterdam Centraal, 29 maart 2004.


Tussen Hilversum en Hollandsche Rading, zomer 1967. Gietijzeren overwegbeveiliging. In de verte een treinstel uit de serie 321-365 als stoptrein Hilversum-Utrecht. Foto Adriaan Pothuizen.


In de Dwarsdijk te Wierden ligt deze erg goed beveiligde overweg. Foto Bertus Kers, mei 2005.


 

Driebergen-Zeist, 16 juli 2005. Ik dacht eerst dat Dennis Revier een beetje had zitten Photoshoppen, maar dit bordje zit er toch echt. Heel lang geleden reden hier overigens wel trams: de elektrische tram van Zeist naar Doorn. Boven de overweg hing een zeer gecompliceerde draaibare bovenleiding.


Let op de stoomtrein

 

Simpelveld, 9 juni 2001. Dit bord is bij de ZLSM wel op zijn plaats, maar het is veel gebruikt bij overwegen waar nooit meer een stoomtrein voorbij kwam. Rechterfoto: Drei Annen Hohne, 4 augustus 2004. Bij de overwegen van de Harzer Schmalspur-Bahnen, waar alleen stoomtreinen en enkele dieseltreinen rijden, wordt daarentegen gewaarschuwd voor overstekende elektrische treinen...


Nakhon Pathom, Thailand, gefotografeerd door de vriendin van Dennis Revier.


Merkwaardig bord bij Holten (lijn Amersfoort-Enschede), 10 september 2005. Foto Johannes Hanno v.d. Heijden.


Barneveld Noord, 26 december 2007. Een foto in de categorie ProRailProza. "Wacht tot het rode licht gedoofd is. Er kan nog een trein komen." Maar deze overweg heeft geen rood licht, en het is enkelspoor dus waar zou die andere trein vandaan moeten komen? Het bordje "stillere treinen" slaat op de Protos die hier tegenwoordig rijdt, en die inderdaad minder kabaal maakt dan Plan V. Foto Bart Gerritsen.


Op afstand bediende overwegen

Je kunt drie soorten overwegen onderscheiden: onbeveiligde, beveiligde en bewaakte. Bij een onbeveiligde overweg ligt het lot van de weggebruiker geheel in eigen handen; hoogstens staat er een waarschuwingsbord of andreaskruis. Bij een beveiligde overweg wordt de weggebruiker gewaarschuwd door bellen, lampen en slagbomen. Alleen de AKI (automatische knipperlichtinstallatie) had geen slagbomen, maar dit type overweg bestaat niet meer.

Tot slot de bewaakte overweg, die door een spoorwegbeambte wordt bediend: de EBO (elektrische bediende overweg). Hiervan bestaan er op het moment van schrijven (2016) nog maar drie in Nederland: in Naarden-Bussum (bediend vanuit Amersfoort) en Roermond (bediend vanuit de post Maastricht). Een bewaakte overweg is gekoppeld aan de beveiliging: de treinen kunnen pas een veilig sein krijgen als de bomen gesloten zijn.


 

Hilversum, 5 januari 1971 en Naarden-Bussum, 1 juli 2003. Post T van beide stations is onbemand. Van hieruit werd tussen 1959 en 1996 de treinenloop geregeld, evenals de bediening van de overwegbomen. Dit laatste gebeurt nu vanuit Amersfoort. De overweg in Hilversum is in 2008 gesloten en Post T is gesloopt.

 

Naarden-Bussum, 8 oktober 1959. Links seinhuis II, rechts de nieuwe post T die binnenkort in gebruik zal worden genomen. Foto J.G.C. van de Meene. Op de tweede foto de situatie op 15 juli 2003. De overweg in de Comeniuslaan is twee keer zo breed geworden.


Overwegbediening vanuit Amersfoort

Amersfoort, 10 juni 2007. Vijf keer loc 6612 van ERS Railways. Vier keer op de monitoren die verbonden zijn met de camera's bij de overweg bij station Hilversum, en één keer door de ramen van post Amersfoort. Dit is dus een fotomontage, want de trein reed eerst door Amersfoort en een minuut of 20 later door Hilversum. De loc trekt trein 42374. Dit is de zogeheten "Melnik-shuttle" die bij Bentheim ons land binnenkomt en naar de Maasvlakte rijdt.


Amersfoort, 10 juni 2007. Het paneel waarmee de overwegbomen van Hilversum worden bediend. Zodra er een trein nadert, laat de overwegwachter van dienst de spoorbomen zakken, waarbij hij natuurlijk goed op het wegverkeer let. Via de microfoon kan hij zonodig mensen tot de orde roepen. Hij kan ze niet horen, maar er wordt wel regelmatig naar de camera's gezwaaid, zij het met één vinger. De spoorwegovergang ligt namellijk vaak lang dicht, vanwege het drukke treinverkeer vanuit beide richtingen. Ook de overweg bij station Naarden-Bussum wordt op deze manier vanuit Amersfoort bediend. Beide overwegen hebben vijf bomen: vier voor het wegverkeer, en een kleine boom die de toegang tot het perron afsluit. De overweg bij Hilversum gaat definitief dicht wanneer de nieuwe tunnel onder het station klaar is.


Amersfoort, 10 juni 2007. Op dit scherm kan de overwegwachter zien wanneer er treinen door Hilversum (rechtsboven), Naarden-Bussum (linksonder) en Baarn (rechtsonder) zullen rijden. Mede op basis hiervan bepaalt hij wanneer de overwegen gesloten moeten worden. Verder komt er vingertoppengevoel bij te pas, om te zorgen dat het wegverkeer zo min mogelijk last heeft van gesloten overwegen. Natuurlijk is de overwegbediening gekoppeld aan de treinbeveiliging: zolang de bomen niet allemaal gesloten en vergrendeld zijn, staan de seinen op rood. ERS-trein 42374 komt om 16.48 door Baarn, om 16.56 door Hilversum en om 17.03 door Naarden-Bussum. De trein reed deze dag 7 minuten te vroeg. Linksboven op het scherm zijn in groen de treinen aangegeven die inmiddels zijn gepasseerd.


Amersfoort, 10 juni 2007. Bedienpost van de overweg in Hilversum. Animatie op basis van foto's van Henk Koster.


"Opnieuw incident met spoorboom"

Gooi- en Eemlander, 10 september 2004

Een 23-jarige Hilversumse is gistermiddag rond kwart voor zes op het hoofd geraakt door een plotseling versneld zakkende spoorboom, op de grote overgang naast het Centraal Station. Volgens de vrouw, die een flinke hoofdpijn aan het voorval overhield, werd ze volkomen verrast door de roodwitte balk.

Het is de zoveelste keer dat de bediening, die door de Railverkeersleiding van spoorbeheerder ProRail vanuit Amersfoort wordt uitgevoerd, in Hilversum gevaarlijke toestanden heeft opgeleverd. Zo liep een fietser in juli 2003 door een plotseling dalende spoorboom blijvend rugletsel op. Eind vorig jaar hield een vrouw een hersenschudding over aan de oversteek bij de grote spoorbomen.

Het is ook voorgekomen dat de bomen aan een kant open gingen en aan de overkant dichtbleven, waardoor mensen op de rails strandden. Op het moment dat fietsers over de bomen begonnen te klimmen, gingen ze open, waardoor verschillende fietsen op de grond kletterden. Naar aanleiding van de krantenberichten klaagde burgemeester Bakker dit voorjaar bij ProRail.


Hilversum, 25 oktober 2007. Enkele maanden voor de sloop van Post T was ik in de gelegenheid om een bezoek aan dit gebouw te brengen. Het NX-bedieningspaneel was al verdwenen (dat is naar het Spoorwegmuseum gegaan), maar de knoppenkast van de "grote spoorbomen" stond er nog. Sterker: dat was nog steeds bedrijfsvaardig. Normaal werden de spoorbomen bediend vanuit Amersfoort, maar mocht het om een of andere reden nodig zijn, dan kon de bediening ook lokaal plaatsvinden.


Hilversum, 25 oktober 2007. Een verkeersregelaar maant een nieuwsgierige fotograaf tot doorlopen. Omdat de overweg sinds begin september was gehalveerd, kreeg de overwegbewaking in Amersfoort assistentie van verkeersregelaars ter plaatse. Een week na het maken van deze foto ging de overweg definitief dicht.


De "kleine spoorbomen" in Hilversum

 

De overweg in de Hooge Laarderweg, de "kleine spoorbomen" in de Hilversumse volksmond. De "grote spoorbomen" lagen vlak bij het station. Bovenste foto: 21 augustus 1967. Treinstel 604 als stoptrein Utrecht-Amsterdam. De trein is in Hilversum op spoor 1 gestopt, en loopt nu via de overloopwissels naar het rechterspoor (foto Adriaan Pothuizen). De zwartwitfoto is gemaakt op 23 oktober 1968. Treinstel 803 (mat '40) loopt als spitstrein binnen uit Amsterdam (foto Nico Spilt). De kleurenfoto rechtsonder is in 2003 gemaakt door Rienk Nauta. Onder de voorste wissels lag vroeger een voetgangerstunnel. Toen de handbediende overweg werd vervangen door een ahob, is deze tunnel dichtgemaakt. Lees meer over tunnels en overwegen in Hilversum.


Automatische dubbele overwegbomen (ADOB)

Op verschillende overwegen zijn de dubbele bomen weer teruggekeerd, om zigzaggende weggebruikers tegen te houden. Mij zijn of waren drie ADOB's in Nederland bekend: in Bilthoven, Diemen en Almelo. Een ADOB (automatische dubbele overwegbomen) is een variant van de bekende AHOB (automatische halve overweg­bomen). Het verschil is dat bij een ADOB de hele overweg wordt afgesloten, om te voorkomen dat auto's langs de gesloten bomen zigzaggen. In het wegdek zitten detectielussen en naast de overweg staat een radarsysteem. Als er een trein nadert en er bevindt zich nog een auto op de overweg, dan gaan de uitrijbomen later dicht, om te voorkomen dat de auto opgesloten raakt tussen de bomen. Op de foto's hierboven is te zien dat dit niet altijd goed gaat. Bij de eerste ADOB (in Bilthoven) gingen er langs de spoorbaan lampen branden om de machinist te waarschuwen dat zich nog verkeer op de overweg bevond.



ADOB in Bilthoven

In de Leijenseweg in Bilthoven lag sinds 1999 de eerste "ADOB" van Nederland. We kenden al de AHOB: de automatische halve overwegbeveiliging, en daar is dus de ADOB bijgekomen: de automatische dubbele overweg­beveiliging. Wie deze twee typen met elkaar vergelijkt, zal zich afvragen hoe een automatische enkele overweg­beveilging eruit zou moeten zien... Eind 2008 is de overweg aangepast. De ADOB werkte sindsdien op dezelfde manier als die bij Diemen. In november 2015 is de overweg helemaal gesloten, om plaats te maken voor een verkeerstunnel.


 

Bilthoven, 21 januari 2000. Twee postbodes wachten bij de ADOB in de Leijenseweg. Tussen de rode lampen bevindt zich een oranje lamp, die gaat branden zodra er een trein aankomt. Na ongeveer tien seconden gaan de rode lampen knipperen en gaan de spoorbomen naar beneden: eerst de bomen aan de rechterzijde van de weg, daarna de bomen aan de linkerzijde. De hele overweg is dan afgesloten, zodat zigzaggen niet mogelijk is. Raakt er toch een voertuig opgesloten, dan wordt dat door een radar en door detectielussen gesignaleerd. De machinist werd dan gewaarschuwd met knipperlichten die aan de bovenleidingmasten hingen, maar deze zijn in 2008 verwijderd. De overweg wordt sindsdien ook niet meer helemaal afgesloten. Op de tweede foto een ACTS-trein (met loc 1252 en 6705) uit Amersfoort, op 18 juni 2005. Duidelijk is te zien dat beide weghelften zijn afgesloten.

 

Nadering van de ADOB, gefotografeerd vanuit de cabine van een trein naar Baarn op 13 mei 2004. Aan de bovenleidingmasten hangen nog de waarschuwingsseinen; deze zijn in 2008 vervallen. In november 2015 is de overweg in de Leijenseweg gesloten, om plaats te maken voor een verkeerstunnel. Meer foto's van deze overweg.


ADOB in Diemen

 

Diemen, 20 december 2004. Na Bilthoven was dit de tweede Nederlandse ADOB: de overweg Ouddiemerlaan bij het station Diemen. De weg is net als in Bilthoven aan beide zijden afgesloten door bomen. Ook is er radardetectie voor voertuigen die zich op de overweg bevinden. Zolang de radar nog een voertuig op de overweg detecteert, blijft de boom vóór het voertuig open. De foto's zijn gemaakt toen de installatie nog niet volledig in dienst was. Zo ontbreken nog de bomen die de linkerkant van de weg moeten afsluiten. De trein is leeg materieel, afkomstig van de Watergraafsmeer, rijdend richting Hilversum.

Diemen, 10 september 2008. Een lesbus heeft zich weten op te sluiten tussen de bomen van de ADOB. Er zijn geen ongelukken gebeurd. De trein op deze foto's rijdt langzaam achter de bus langs. Anno 2013 was deze ADOB-installatie niet meer in gebruik omdat die te veel storingen gaf. Foto's Martin van Oostrom.


"ADOB" in Rheine

 

Rheine, 28 mei 2005. Automatische overweg bij de Friedenstraße. Voordat de bomen omlaag gaan, gaan er korte tijd oranje lampen branden en klinkt er een elektronische bel. Op de plek waar vroeger een overwegwachtershuis stond, staat nu onder andere de radar die detecteert of er voertuigen zijn opgesloten tussen de spoorbomen. Deze radar wordt ook toegepast bij de Nederlandse ADOB's. Een belangrijk verschil is dat de bomen enkele minuten van tevoren dichtgaan, terwijl dat in Nederland maar een halve minuut is. Hieronder twee foto's uit de tijd dat de overweg nog vanuit een huisje werd bediend.

 

Landelijke overwegen


Aschendorf, 21 augustus 1974. Een landelijke overweg in de Emslandstrecke. Loc 216 059 is aan het eind van de middag met een D-trein op weg van Rheine naar Norddeich. Na het passeren van de trein is de weg vrij voor de landbouwer met zijn paard en wagen.


Hummeldorf, 31 december 2007. Op de lijn Salzbergen-Rheine zijn enkele overwegen voor het openbaar verkeer afgesloten. Alleen landbouwers mogen oversteken om op hun land of terrein te komen. Daarvoor moeten ze eerst de verkeersleiding "anrufen". Foto's Fokko van der Laan.


Baarn, 26 juli 2009. En dit is ook een manier om overwegen te beveiligen... Foto Hans Koppelman.


Tussen Malton en York, 25 juni 2008. Klassieke overwegpost. Het enige moderne is het oranje veiligheidsvest dat achter het raam hangt. De hekken van de overweg worden na het passeren van de trein horizontaal gedraaid, zodat ze de spoorlijn afsluiten. Natuurlijk niet om treinen tegen te houden, maar mensen en dieren.

Overweg tussen Malton en York. Duidelijk is te zien dat de witte overweghekken over het spoor zijn gedraaid.
Gezien op Google Maps


Groenekan, 31 mei 2003. Overweg in de spoorlijn Utrecht-Amersfoort. Het lijkt alsof de amazones het rustig aandoen op een gesloten overweg, maar dat is gezichtsbedrog. Een paar honderd meter naar links bevindt zich een onbewaakt overpad, met een slecht zicht op de sneltreinen die via de fly-over uit Utrecht komen. Dat gevaarlijke overpad is inmiddels afgesloten.


Een schitterende Messerschmitt kruist op 24 september 2005 de sporen bij Moordrecht. Foto Leen Dortwegt.


Dordrecht, Wieldrechtse Zeedijk, 22 oktober 2005. Een Oost-Duitse Trabi (Trabant) steekt voorzichtig een Nederlandse AHOB over. Foto Dennis Revier.


Ede-Wageningen, 26 november 2005. Foto's Johannes Hanno v/d Heijden.


   

Moordrecht, 19 november 2005. Een zogeheten Strail-overweg. Het wegdek kan snel worden verwijderd wanneer er onderhoud aan het spoor moet plaatsvinden. Foto's Johannes Hanno v/d Heijden.


Utrecht, 22 april 2006. Jonge onderzoekers leven zich uit op een spoorboom vlak bij het Spoorwegmuseum. Niemand zei er wat van, behalve de fotograaf, die daarop een grote bek terugkreeg. De spoorboom heeft het overleefd. Foto Johannes Hanno v/d Heijden.


 

Lochem, 24 mei 2006. Het kost even een avondje Photoshoppen, maar dan heb je ook wat spoorwegmeubilair in Fotografieranstrich. Althans zo lijkt het... Het gespecialiseerde schildersbedrijf Venko zette rondom Zutphen allerlei spoorwegattributen in de grondverf, hetgeen een vervreemdend effect had. Foto's Bart Jaspers.


Hilversum-Sportpark, 18 oktober 2006. Trein passeert half openstaande spoorwegovergang. De trein rijdt langzaam en toetert. Maar er is geen politie in de buurt. Foto Joey Junge.


Wijlre, 19 januari 2007. Deze spoorwegbomen (nog van die ouderwetse met hekwerk eronder) bleken niet bestand tegen windkracht 10. Foto Martijn Jaminon.


Beverwijk, 21 maart 2011. In de spooraansluiting van Corus/Tata, vlak bij station Beverwijk, bevond zich deze wat merkwaardige overweg: een AKI met afsluitbomen. Erachter bevindt zich een parkeerterrein. In augustus 2015 zijn deze bomen weggehaald, nadat ze door een storing niet meer functioneerden. Foto René Mathot.


Vechten, 14 maart 2009. Bij overwegen zie je weleens een bord waarop een dieplader is getekend die over een hobbel heenrijdt. Daarboven het verkeersbord dat meestal "uitholling overdwars" wordt genoemd, maar dat officieel een waarschuwing is voor een slecht wegdek. Deze borden zijn bestemd voor bestuurders van diepladers. De kans dat een dieplader vast komt te zitten hangt af van drie factoren: het lengteprofiel (bolling) van de overweg, de lengte (as-afstand) van de dieplader, en de afstand tussen de onderkant van de dieplader en de weg (bodemvrijheid). Van alle daarvoor in aanmerking komende overwegen heeft men een tabel opgesteld. Aan de hand van het nummer van een overweg kan een chauffeur opzoeken of hij er probleemloos overheen kan rijden. Bij voorkeur zoekt hij dit natuurlijk uit voordat hij op pad gaat. Met het opmeten van de overwegen is men begin jaren zestig begonnen. Er stonden toen zo'n 800 overwegen in het boekje. Bron: Spoor- en tramwegen, 1962 nr. 23. De tabellen staan tegenwoordig op internet.


Russische overweg met doorrijdblokkering. Op internet zijn filmpjes te vinden van automobilisten die dan toch proberen door te rijden.


Vechten, 10 oktober 2010. Vlak voor een naderende trein glipt er een banaan op wielen over het spoor. Foto John Verbeek.


Dordrecht Zuid, 4 augustus 2007. Ook bij deze overweg is altijd wel wat te zien. Foto Ton Rijnen.


 

Oostenrijk, juli 2004 (foto Charlotte Spilt). Bunnik, 23 augustus 2006.


Amstelveen, Handweg, 1 juni 2009. Dit lijkt op een wat scherp afgestelde ahob. In werkelijkheid is dit een hbhob: handbediende halve-overwegbomen (voor zowel het sluiten als het openen van de overweg moet worden gesleuteld). Niet te verwarren met een hahob: een halfautomatische ahob (sluiten met de hand, openen gaat automatisch). Inmiddels is deze overweg verdwenen. De tram is een Haagse PCC-car die rijdt op de Elektrische Museumtramlijn Amsterdam. Foto Bart Gerritsen.


'tv-trein 59653'

Artikel over een geënsceneerde overwegbotsing. Er is een film van gemaakt die door de VARA is uitgezonden.
Nieuw Spoor, december 1961.


Beeld uit een reclamefilmpje: Wouter de donorlul.


Un train peut en cacher un autre

Let op, er kan nog een trein komen. Maar dan dus op z'n Frans. Emaille bord en ansichtkaart uit mijn collectie.


Verkeersborden

    

Vooraanduiding overweg met slagbomen (RVV J10). Vooraanduiding overweg zonder slagbomen (RVV J11). Vooraanduiding tramkruising (RVV J14). Volgens het RVV (Reglement verkeersregels en verkeerstekens) is de stoom­locomotief nog niet uitgestorven. En dan valt het dus nog mee dat we op bord J14 geen paardetram zien.

In het buitenland bestaan wel verkeersborden die met hun tijd zijn meegegaan. Zoals hier in de Harz, waar een elektrische trein op het bord staat. Alleen komen hier alleen maar stoomtreinen en een enkele dieseltrein voorbij.


Overal veilig. Door Anne de Vries. G.F. Callenbach, 1936.

Vier verhalen waarin de jeugd wordt gewaarschuwd voor diverse gevaren. Ga bijvoorbeeld nooit aan een gesloten spoorboom hangen, want voor je het weet raak je bekneld wanneer de baanwachter de bomen weer opent.


De onbewaakte overweg. Em van den Oever. Drukkerij Edeca, Hoorn. 2e druk, 1941. Illustraties Henk Poeder.

De hoofdpersoon van dit stichtelijke boekwerkje is Lia. Op een kwade dag besluit zij om met twee buurkinderen een onbewaakte overweg over te steken. Dat loopt bijna verkeerd af. De Heere Jezus is er bedroefd om. Ze moeten Hem om vergeving vragen en zeggen dat het ze spijt. Lees de boekbespreking.


Zie ook:




vorige       start       omhoog