Rangeerders

rgr = rangeerder. Ook weleens aanpikkeradeur genoemd.


Een "aanpikkeradeur". Dat was de bijnaam van rangeerders. Zwaar en gevaarlijk werk, dat om het nodige vakmanschap vroeg. In 2005 en 2006 zijn in Nederland drie reizigerstreinen tijdens de rit "gebroken". De oorzaak was dat de koppelingen niet strak genoeg waren aangedraaid. Bij een geduwde trein kan het dan gebeuren dat de koppelingen slap gaan hangen en zelfs van de haak loswippen, daarbij een handje geholpen doordat de ongebruikte koppeling aan het andere rijtuig niet aan de daarvoor bestemde haak was opgehangen. Het is wel zeker dat er reizigers aan de dood zijn ontsnapt. De "oplossing" die men inmiddels heeft bedacht is het verwijderen van de helft van de koppelingen. Een beter idee lijkt me het goed opleiden en controleren van rangeerders. De beste oplossing is natuurlijk om treinen nooit te duwen maar te trekken.
Foto uit "Wat rijdt er langs de rails", een NS-brochure uit circa 1941. Zie ook het thema Koppelingen.


 

Hilversum, kort na de oorlog. Naast de stoomloc van het War Department en rechts op de Sik staat mijn grootvader
N. Spilt. Hij was rangeerder in Hilversum.


Een Rotterdamse rangeerder op loc 713 in de jaren vijftig. De 15 locs van deze serie hebbben vrij kort dienst­gedaan, uitsluitend in de regio Rotterdam. Ze bezaten tweetaktmotoren die in de praktijk weinig bevielen, dit in tegenstelling tot de "bakkies" van de series 500 en 600 die over viertaktmotoren beschikten. Collectie Noord-Nederlands Trein & Tram Museum, www.nnttm.nl.


Knuppelen

   

Köln Eifeltor, 14 augustus 1970. Loc 094 561 aan het heuvelen.
De wagens worden met een lange balk ontkoppeld (in NS-termen heet dit "knuppelen").


Trekkertje

Men spreekt van een "Engelsman" wanneer in een getrokken rangeerdeel gedurende de beweging een koppeling losgemaakt wordt, waarna de snelheid van het voorste stuk van het rangeerdeel vergroot wordt. Tussen de twee delen wordt dan een wissel omgelegd, waardoor het achterste deel een ander spoor oprijdt dan het voorste. De Engelsman (zonder aanhalingstekens) noemt dit "double shunting".

Aldus Nieuw Spoor, maandblad voor het personeel der Nederlandsche Spoorwegen, november 1948. Dit berichtje verbaasde mij, omdat ik het begrip Engelsman alleen kende als aanduiding van een Engels wissel. Van een machinist hoorde ik dat de hier beschreven rangeerbeweging een "trekkertje" heet. Heel erg verboden, dus vreemd dat hier in een officieel NS-blad over is geschreven. Hoe gaat een trekkertje in zijn werk? Een machinist die zich hier menigmaal aan heeft bezondigd legt uit:

Reglementair was zo'n 'trekkertje' een ten strengste verboden handeling. Niettemin maakte men er vooral in handwisselgebied met beperkte mogelijkheden geregeld gebruik van. Je spaarde er namelijk vele extra bewegingen mee uit. Gezegd moet worden dat je als machinist alleen instemde met een trekkertje als je ervan overtuigd was dat de rangeerders in kwestie dat ook tot een goed einde wisten te brengen.

Nadat duidelijk was waar de wagen achter de loc een andere kant op moest, nam een rangeerder zodanig plaats op de loc of de wagen, dat hij al rijdend goed bij de van te voren langgedraaide koppeling kon komen. De andere rangeerder nam plaats bij het wissel. Na het teken 'rijden' was het de bedoeling dat de machinist eerst optrok en vervolgens even de locrem aanhaalde. De wagen liep zo netjes tegen de locomotief aan zodat de rangeerder, die soms op zijn buik op een platte wagen lag, van de gelegenheid gebruik kon maken om de schalm uit de haak te tillen. De machinist trok na het horen vallen van de koppeling zo snel mogelijk op tot boven het wissel en, vooral ook, voorbij de vrijbalk. De tweede rangeerder bediende precies op het juiste moment het wissel tussen de loc en de rollende wagon en klaar was Kees.

Denk nu niet dat zo'n trekkertje bol stond van de wilde actie, want het was vooral een kwestie van goed inschatten en beheerstheid. Je wist namelijk van te voren dat je echt ontzettend op je kop kreeg als er onverhoopt iets van zo'n trekkertje kwam. Alles wat voorschriftelijk bepaald was, had je immers volkomen genegeerd en er bestond daarom geen enkel excuus voor de mogelijk aan te richten ravage. Ik hoef je waarschijnlijk niet uit te leggen dat een trekkertje vaak maar net goed ging.




Remsloffen

Roosendaal, 4 juli 2004. Deze remsloffen moeten voorkomen dat een trein de loods binnenrijdt terwijl de deuren nog dicht zijn. Er bestaan ook losse remsloffen. Die werden vaak gebruikt om tijdens het rangeren goederenwagens af te remmen. Een gevaarlijke sport, die "sloffen" werd genoemd. Tegenwoordig worden bij rangeerheuvels automatisch werkende railremmen gebruikt. Alleen op het laatste stuk, als de wagens nog maar een paar kilometer per uur rijden, wordt er nog wel gesloft.

Hieronder: Bochum-Dahlhausen, 19 april 2008. Rangeerlocje (Köf) en rangeerder met remslof.


Emden West, 12 juli 1971. Loc 094 531 rangeert met een voorraadje Kevers. Op de bufferbalk staat een rij olielantaarns.


Hamm Hbf, 5 juli 1972. Op grote stations deden 50'ers vaak dienst als rangeerloc. Zoals hier loc 050 661, die op de bufferbalk een rijtje olielantaarns heeft staan om aan treinen op te hangen. Foto Rob van der Rest.


 

Amersfoort, 31 maart 1973. Het koppelen van treinstellen 327 (met trappetjes op de neus) en 383. De rangeerder overhandigt de bh aan de conducteur, die deze afdekplaat in de cabine van het treinstel zal opbergen.


 

Utrecht, 30 mei 1984. Loc 1219 is met een spitstrein binnengelopen uit Eindhoven, en wordt nu achteruit geduwd naar de opstelsporen. De dienstdoende rangeerder achter de schuifdeur van het laatste rijtuig leest rustig zijn krantje. De NS heeft een tekort aan rijtuigen. Alles wat wielen heeft is op de baan gebracht, zoals deze stoet plan E, plan D en plan N.


Haarlem, 21 augustus 1998. Een supersik, met de bijnaam "Dikke Dirk", die door de werkplaats Haarlem is geconstrueerd ten behoeve van zwaar rangeerwerk. Uw webmaster figureert als rangeerder.


 

Watergraafsmeer, 17 april 2004. Radiografisch bediend rangeerlocje 707 met rangeerkoppeling.


Het gebaar voor "veewagen" (stock car), zoals ze dat bij de Amerikaanse spoorwegen maakten: twee handen naast je hoofd, om de oren van een dier na te doen.


 

Hilversum, kort na de oorlog. Links mijn grootvader, met in de achtergrond de hijskraan die later naar het Spoorwegmuseum is gegaan. De tweede foto is in dat museum gemaakt op 10 augustus 2006.
Mijn grootvader was rangeerder in Hilversum.


Zie ook:




vorige       start       omhoog